“10 to 10” OFWEL HOE TWEE TORENS DE STRIJD MET ELKAAR AANGAAN  

Maandag 17 december was het dan zover: na de veldslag tegen Velp (die wij “nipt” met 8,5 – 6,5 verloren …. .) mochten we het gaan proberen met een tiental onvervaarde strijders tegen een “tiental” van de “andere” toren, nl. uit Elst. Na de lichte teleurstelling uit in Velp hadden we onze zwaarden gewet voor de volgende krachtmeting, die thuis zou plaats vinden, hopend er nu toch wat meer uit te halen …. .

ten to ten 17 12 2018Voor het gemak en de overzichtelijkheid zal ik (zoveel mogelijk) de bordvolgorde aanhouden bij de gespeelde partijen.

Aan bord 1 mocht onze voorman Fred Beumer het met zwart onvervaard opnemen tegen Sjoerd van Roosmalen. Lange tijd zag het er naar uit, dat de zaak keurig in evenwicht bleef en dat geen van beide partijen eigenlijk echt iets te vrezen had. Helaas, even een kwartiertje niet kijken en de bordjes blijken opeens verhangen te zijn: dapper strijdend ging Fred tegen zijn (ook op papier) sterke(re) tegenspeler ten onder. (0)

Aan bord 2 nam Arthur Ornée het met wit op tegen Marc Groenhuis. Arthur’s stelling begon er tijdens de partij steeds kansrijker uit te zijn, en ik koesterde al de stille hoop dat bord 2 ons een punt zou gaan opleveren …. . Jammer verdwenen de kansen gaandeweg door stukkenruil, waarna een remise stelling overbleef. Besloten werd om het punt te delen. (1/2).

Aan bord 3 ging Raimond met zwart zeer aanvallend van start tegen Wim Gielen, en het leek er op dat zijn tegenstander vroeger of later onder de druk zou bezwijken. Ook hier gold echter dat na stukkenruil het directe gevaar voor de Elster Toren al snel geweken was, waarna in een nog geruime tijd doorgespeeld remise-eindspel besloten werd het punt te delen. (1/2)

Op het vierde bord nam onze “eminence grise” Peter Lincewicz het met wit op tegen John Remmerts. Gaandeweg zag zijn stelling er (steeds) aantrekkelijker uit dan die van zijn tegenspeler, maar ook hier geldt weer, dat het resultaat telt: opeens (ik heb helaas niet gezien waardoor of wanneer het gebeurde) miste Peter een stuk. Ondanks een maximaal verweer was het zijn tegenspeler toevertrouwd om de buit binnen te halen, en uiteindelijk moest Peter eervol de vlag strijken … . (0)

Hans Donker trad op het vijfde bord met zwart aan tegen Hans Polman. Hans D. (om verwarring te voorkomen!) ken ik als een zeer degelijke, taaie en elke kans, hoe klein ook, waarnemende speler. Helaas zag ik tot mijn verbijstering hoe hij nog vóór de 10e zet een volle toren kwijt raakte en deze niet meer terug zag. Het moet gezegd worden dat Hans D. zich niet liet afschrikken door dat onverwachte verlies, hij rechte zijn rug, zette zich schrap en bleef zeer langdurig maximale tegenstand bieden, waardoor het zich aftekenende verlies pas zeer laat gerealiseerd werd. (0) Ten to ten tegen Elst 2

Op bord 6 mocht ik het zelf met wit opnemen tegen Jan Delhaye. Hij probeerde het beruchte Boedapester gambiet tegen mij uit: 1. d4 Pf6   2. c4 e5 3. dxe5 Pg4   4. Pf3 Pc6   5. e4 Pxe5. Ik gaf de pion direct terug, om nare verwikkelingen te voorkomen. Dit pakte goed uit, gaandeweg besloot Jan zijn stukken “op een kluitje” te zetten (dan kunnen ze elkaar steun verlenen). Dit had tot gevolg dat ik hem op de 15e zet de keuze liet of hij een loper of een paard tegen een pion van mij wilde geven: het werd het paard, en na het consolideren van mijn voordeel en het op de juiste velden gereed zetten van mijn stukken volgde een harde afwikkeling, waarna mijn tegenspeler het wel voor gezien hield. In de resterende stelling dreigde hij bijna letterlijk alles kwijt te raken … . (1)

Als er één loopgraven-expert is op onze club, dan Rolf hendriks wel: aan bord 7 nam hij het met zwart op tegen Jo Engels. Wie Rolf als tegenspeler krijgt, moet er altijd op bedacht zijn dat hij / zij met taaie, rekbare en niet of nauwelijks aan te tasten stellingen te maken krijgt. Jammer genoeg bleek zijn tegenspeler een snoeischaar met radicale krachten bij zich te hebben: ondanks het bieden van langdurige tegenstand moest Rolf uiteindelijk het hoofd buigen … . (0)

Misschien wel de meest creatieve schaker die wij hebben: Arie Schouten, mocht het aan het achtste bord met wit opnemen tegen Peter Bongers. Probeer niet om Arie’s onnaspeurbare, raadselachtige wegen te volgen (zelfs voor Onze-Lieve-Heer zijn ze af en toe een compleet raadsel.), hij is nu eenmaal thuis in doolhoven en op dwaalwegen. Gaandeweg zag Arie’s stelling er steeds beter uit, maar ook hier geldt dat ik er eigenlijk bij had moeten blijven om het te snappen: even een kwartiertje niet kijken en het blijkt opeens remise te zijn …. . (1/2)

Bart van den Akker nam het aan het negende bord met zwart op tegen Henry Schrader. Bart zijn kracht ligt in zijn taaiheid en doordrukkingsvermogen – het kleinste speldeknopgaatje is voor hem al voldoende om een stuwdam te slopen. Ook ditmaal liet hij zich niet onbetuigd, hij nam voordeel, consolideerde het en bouwde het uit tot een daadwerkelijke winst. (1)

Aan het tiende bord tenslotte kruiste Ad Braam met wit de degens met Henk Russens. Aanvankelijk zag het er allemaal wat vreedzaam uit, maar gaandeweg kwamen er eerst haarscheurtjes en later levensgrote barsten in het Chinese porselein aan onze kant: uiteindelijk wist “de andere Toren” de overwinning te behalen en daarmee de al zich aftekenende overwinning voor de Elster Toren extra te benadrukken.

Rest mij nog te vermelden dat onze voorzitter regelmatig met allerlei lekkere hapjes langs kwam om de inwendige mens te versterken. Dit is natuurlijk géén overbodige luxe, want zoals elke schaker kan beamen: schaken kost niet alleen veel energie, het vréét ook heel veel energie ….. .

Voor eenieder die dit leest: alvast een Gelukkig en Voorspoedig 2019, en laat ons ditmaal goed voorbereid en toereikend uitgerust en bewapend zijn in de beide return ontmoetingen tegen Velp en Elst!

Auteur: Tom Brans