Vrijdagavond 24 januari was het dan toch zover: aan de vooravond van het weekend waarin de nummer  bijna laatst en de nummer bijna eerst van de Eredivisie (voor u schaaknerds: Vitesse-NEC, voetbal) elkaar treffen mocht het jeugdteam Toren 9 alsnog aantreffen tegen UVS uit …….Nijmegen.

Een op voorhand beladen duel, dat eigenlijk al een week eerder gespeeld had moeten worden in Arnhem (althans volgens onze competitieleider). Een uiterst moeilijk uit te leggen misverstand zorgde er toen echter voor dat onze jongens zich bijna de hele avond in het nieuwe CREA-DOELOKAAL moesten vermaken. Terwijl hun  tegenstanders in hun eveneens gezellige onderkomen vergeefs zaten te wachten op de 6 jonge schakers  uit Arnhem. Hoe het precies allemaal in elkaar zat, ga ik u besparen, dat leidt teveel af van de schaaktechnische bespiegelingen die straks nog volgen en bovendien snap ik het zelf ook allemaal niet.

Hoe het ook zij,  samen met teamcaptain Lodewijk was ik er als teamchauffeur van dienst zeer op gebrand ruim voor de afgesproken tijd (19:30 uur) aanwezig te zijn op de Ganzenheuvel in Nijmegen. Helaas bleef de intimidatie niet beperkt tot het verzetten van de wedstrijd. Op de Waalkade was een versperring opgeworpen, waardoor wij niet via de door de navigatie aangegeven route de Ganzenheuvel konden bereiken.  Uiteindelijk vonden wij de zesde etage van  Parkeegarage de Eiermarkt een plek. Na een korte blik op een plattegrond liepen wij – puur op gevoel -  een richting in die ons goed leek. Eigenlijk zou je van schakers toch een wat meer ‘rationele benadering’ mogen verwachten.  In de nabijheid van een coffeeshop in het oude deel van de binnenstad gaven we uiteindelijk de moed op. Ik ging bij de dienstdoende Bob Marley maar even vragen waar ik zijn moest.  Donato wilde graag mee, maar dat mocht niet van mij; ik was bang dat de wietdampen hem duf en te ontspannen zouden maken en dat daarmee zijn 100% score in de competitie tot nu toe in gevaar zou komen. Bovendien stonden we aan de vooravond van  een cruciaal duel in klasse 4F: en elke partij kon achteraf wel eens een relatie hebben met het kampioenschap.

Eenmaal, toch nog ruim op tijd, aangekomen,  bleef van alle Arnhem-Nijmegen animositeit al spoedig nauwelijks meer iets over. De tegenstanders bleken zeer ontspannen schaakliefhebbers te zijn die volgens mij niet veel met voetbal hadden.  Na afloop bestelden zij zonder enig chagrijn een biertje en een chocomel  en zelfs de  meneer van  de kantine werd helemaal niet boos toen Robert zijn halve beker warme choco over het tapijt goot. Was toch ‘horecatapijt’ mompelde hij, en inderdaad, de vlek was inderdaad nauwelijks zichtbaar. Een aanrader!

De sportieve spanning in het duel zou deze avond echter nog  wel tot de laatste minuut om te snijden blijven. Er stond,  zoals gezegd, ook nogal wat op het spel: de Toren 9J had tot nu toe het volle aantal van 6 matchpunten gehaald en USV zat daar nog maar 1 puntje achter.

Kort voor half 8 riep Lodewijk iedereen nog even bij elkaar voor een laatste toespraak. Hij drukte – vooral zijn jongste teamgenoten -Tom 11 jaar, Donato, 12 jaar en Robert, 13 jaar-  op het hart om vooral RUSTIG te spelen. Een goed advies  dat,  naar later bleek,  niet door iedereen even goed werd opgevolgd.

Terzake: in andere verslagen staat altijd zo’n mooi tabelletje met de opstelling en rating van de spelers, maar die moet ik u verschuldigd blijven. Ik  kan alleen onze opstelling aangeven:

Bord 1: Robert Koprinkov

Bord 2: Tom van ’t Hoff

Bord 3: Donato Cattani

Bord 4:  Lodewijk Entrop

Bord 5: Ian Kock

Bord 6: Stijn Tweehuijsen

Deze opstelling is het directe gevolg van het door teambegeleider Peter Hamers ontworpen ‘doordraaisysteem’  waarbij iedereen steeds 1 bordpositie opschuift. Een systeem dat ik vaag ken van volleybal, maar waarvan ik de logica bij schaken (nog) niet geheel zie, maar goed, de winnende coach heeft altijd gelijk….

Half 8 werden de handen geschud en begonnen de klokken te lopen.  Robert moest nog even op zijn tegenstander wachten. Deze had er waarschijnlijk op gerekend dat we ons op de Waalkade wel helemaal zouden hebben vastgereden. 

Omdat het voor een chauffeur met  vrij weinig schaakkennis een lange avond zou worden,  ging ik de rest van het bijzondere gebouw verkennen.  Ik besteeg een paar trappen,  ging door wat donkere gangen langs verlaten vergaderruimtes en zag  licht branden. Het bleek een kantine  te zijn die uitkeek op een flinke sporthal, waar een paar aandoenlijke jongeren in NEC-shirt aan het zaalvoetballen waren.  Ik raakte in gesprek met de kantinebeheerder. Hij vertelde dat er nog een paar trappen naar boven een ‘basisschool’ (?!)  in het gebouw  zat. Verder werd er in het gebouw gebridged  en iets spiritueels gedaan. Heel apart allemaal. Maar de leukste avonden waren er toch wel de maandagavonden als de schaakvereniging – die trouwens  als kool groeide-  tezamen kwam. Tot 2 uur ’s nachts(!) werd er geanalyseerd en – dat was ook erg leuk voor de beheerders- leuk verteerd.  Gaat dat in Arnhem ook zo trouwens?

Na een klein half uur ging ik maar eens een kijkje nemen in de speelzaal.  Er zat op de meeste borden nog weinig tekening in de strijd met als dieptrieste uitzondering bord 2 waarachter mijn zoon Tom bijzonder onvrolijk zat te simmen.  Zelfs voor  een schaakleek was duidelijk te zien waarom. Tom had nog geen 7 minuten denktijd gebruikt om een totale ravage van het bord te maken. Dat hoeft niet erg te zijn als het bij de tegenstander ook maar een puinzooi is. Deze stond echter al een loper en een pion voor. Met de pest in mijn lijf ging ik maar gauw weer naar boven om in de kantine en op de een of andere manier had het kwaliteitsprogramma ‘Voetbal International’ een rustgevende uitwerking op mij. 

Na enige tijd kwam opeens Donato boven. Niet Tom, maar juist onze 100% man (samen met Robert)  bleek als eerste verloren te hebben.  Hij baalde – zoals het een goed sportman betaamt – als een stekker. Hij stond eigenlijk best  heel goed, maar ging onderuit op een nogal gemene dame-insluiting. Bij de bar vertelde zijn tegenstander mij zelfs dat hij het eigenlijk niet eens leuk vond om zo te winnen; Donato speelde echt goed en had meer verdiend volgens hem. Op mijn suggestie om alsnog remise aan te bieden ging hij echter niet in.

Een nieuwe blik in de speelzaal leerde dat het een moeilijke avond ging worden. Robert stond op bord 1 weliswaar nog nauwelijks achter, maar had een lastige stelling en  met een 1500+ tegenstander beloofde dat niet veel goeds. Kopman Lodewijk had het verrassend zwaar op bord 5. Stijn speelde op bord 6 zoals Stijn speelt: ijzig kalm, afwachtend, maar wel solide. Nog niks van te zeggen dus. Op bord 2 van Tom wilde ik niet teveel kijken; ik checkte alleen even zijn klokje en inmiddels bleek hij zowaar een paar minuten denktijd extra gebruikt te hebben. Wonderlijk genoeg was de partij nog wel gaande. Alleen Ian die tot nu toe ook nog ongeslagen in de competitie was (2x winst en 1 remise op de ‘hoge borden’) ging lekker; een paar pionnen voor en een duidelijk betere stelling.

Terug in de kantine kwam na enige tijd …. Robert binnen; hij had goed gespeeld, een paar kleine kansen gehad, maar de tegenstander was gewoonweg net een maatje te groot. Dus ook onze tweede 100% man onderuit.  Kort daarna kwam Donato me melden dat Tom op winst (?) stond. Geloofde ik niet. Achteraf verklaarde Tom met een minzaam glimlachje: Ja, maar papa, als je op schaken zit, leer je dat het  niet alleen om materiaal gaat, maar ook om stellingen …. Druiloor, gewoon mazzel gehad, maar wel knap teruggeknokt.

Ian kwam inderdaad solide tot winst, het goede nieuws van Donato bleek te kloppen en Tom kwam dus ook met veel bravoure (‘ik heb ‘m helemaal ingemaakt….’) boven, maar omdat Lodewijk het helaas niet  had gered, kwam alles uiteindelijk neer op de laatste wedstrijd van onze stille kracht: Stijn.

Met een3-2 voorsprong voor USV en nog steeds redelijk wat balans in de partij werd door de tegenstander natuurlijk remise aangeboden. Stijn is een rustige, vriendelijke jongen, dus sloeg hij dit aanbod rustig en vriendelijk af. Game on. Alleen captain Lodewijk durfde nog te kijken. In de tijdnoodfase (vooral voor de tegenstander) viel het potje toch na een paar mooie zetten, de kant van Stijn op YES, het ene matchpunt was gered! We dronken en analyseerden nog wat na met de tegenstanders en liepen tevreden langs de Nijmeegse kroegen (nee, Donato, we gaan niet meer naar de Mac…) naar de auto die we dit keer wel snel terugvonden.

Lodewijk vertelde na afloop in de auto dat hij nog langer doorgeschaakt had om  de druk op Stijn wat weg te nemen. Dromerig  vroeg Stijn daarop: “druk”…. ? Nee, Stijn, krijg je duidelijk niet heel snel gek, de ideale speler dus om het o zo belangrijke matchpunt binnen te halen!!

Na vier rondes ligt het jeugdteam van de Toren nog steeds aan kop. Met een ratinggemiddelde dat zo’n 300 punten ligt onder dat van de tegenstanders.  En alle spelers zijn tot nu toe belangrijk geweest, tot aan invaller Maria Theresa in ronde 2 toe.  Een hele mooie ervaring voor deze spelers, hulde aan de club, dat zij zich er bij de OSBO sterk voor heeft gemaakt dat dit kon!!