Ons 5e avontuur mochten wij wederom thuis beleven. Ook nu weer smaakten wij het genoegen, de grilligheden van de schikgodinnen te ervaren (Moirai (Grieks) of Parcae / Fatae (Latijn) voor de klassieke Oudheid-liefhebbers onder ons.).

Onder het motto “Tenebrae, quatenus mundum” (= “duisternis, zover de wereld strekt.”) traden wij maandag 12 maart thuis aan tegen Theotorne 1 uit Dieren. De bovengenoemde spreuk beheerste de strijd op de borden èn de wedstrijd als geheel: op deze avond sneuvelden allen, die de witte stukken hanteerden, en viel de zege toe aan hen die zich in de mantel der duisternis mochten hullen. Het werd een opvallend (door de kleurstelling!) 3 – 3 gelijkspel, waardoor wij (toch nog in de laatste ronde ons beste beentje vóór zouden moeten zetten om er in elk geval een 3 – 3 uit te slepen (wat handhaving zou betekenen voor ons team.).

Dit gezegd zijnde besloten wij ons Spartaans voor te bereiden, opdat wij op de geplande tijd gereed zouden zijn voor de beslissende slag …. .

Enfin, dat duurde even, want de laatste wedstrijd stond gepland op maandag 16 april, dus we moesten “even” geduld oefenen. Op de laatste speeldag traden we te Almen aan tegen mijn aloude eerste (schaak)liefde, het DSG Pallas uit Deventer (opgericht in 1849, en daarmee behorend tot de oudste Schaakverenigingen van ons land.). Hoewel onder de indruk van de eerbiedwaardige ouderdom van onze tegenstander waren we natuurlijk niet van plan om deze om die reden te ontzien. Integendeel, het zette ons juist ertoe aan om des te gemotiveerder er voluit voor te gaan! Zadel de strijdrossen en stormt naar voren!

Voor de overzichtelijkheid zal ik nu maar eens een keertje onderaan beginnen met de wedstrijdbespreking:

Peter verdedigde onze eer aan het zesde bord. Hoewel dapper strijdend bleek de overmacht hier te groot, en dus streek Peter eervol de vlag.

Wat René betreft, vermoed ik dat hij in een vorige incarnatie een soort Heracles is geweest: een grootse held die, door de goden getroffen, een groots, maar tragisch lot ondergaat. Ook nu weer ging René er voluit met de van hem welbekende heldenmoed tegenaan, hij gooide de beuk erin, maar het mocht niet baten: ook hij moest afdalen naar de Hades en zich door de veerman Charon laten overzetten …. .

Aan het vierde bord speelde Stephan, en zoals dit wel vaker gebeurd wanneer hij de zwarte stukken hanteert, behaalde hij, na een met rotsvaste hand gevoerde strijd, de overwinning en mochten wij onze eerste lauwerkrans ophangen.

Aan het derde bord deed Ad zijn uiterste best om de buit binnen te halen, maar slaagde er niet in om dit ook te realiseren. De strijd bleef in evenwicht, en de uitslag ook …. .

Dan nu even een “logische” verspringing: aan het eerste bord speelde Jeroen met wit, en zoals inmiddels wel vaker gebeurde wanneer hij met wit zijn eigen “surprise” mag presenteren aan zijn tegenstander, dolf deze het onderspit en mochten we onze tweede lauwerkrans ophangen. Er lijkt nu zowaar nog een (kleine) overwinning voor ons in de lucht te hangen ….. .

Helaas, ook nu gooiden de welbekende Moirai, parcae of Fatae weer roet in het eten: aan het tweede bord mocht ik weer met zwart spelen en slaagde ik erin om vanuit de opening (vanaf de vijfde zet al) niet alleen een pion buit te maken, maar ook een positioneel gewonnen partij op te bouwen. Jammer genoeg kwam “vadertje tijd(nood)” weer eens om de hoek kijken, waardoor ik èn een snelle winst minste èn genoegen moest nemen met remise door zetherhaling. Zo “smaakten” we opnieuw het “genoegen” van een gelijkspel en eindigden wij in onze poule op een 5e plek, wat voldoende was voor handhaving.

In elk geval weten wij (nu) weer wat wij voor het volgende OSBO seizoen te doen hebben: trainen, trainen en trainen, opdat wij dan de welverdiende glorie van een grandioze overwinning (zullen) mogen smaken …. .

O ja, voor de liefhebbers: goed trainen voor onze simultaan tegen Jan Timman, wie weet sleept een enkeling er nog een verrassende uitslag uit …… .

Succes alvast en tot ziens!