Per aspera ad astra – ofwel hoe De Toren 6 vanuit het dal des doods tot de toppen van het licht kwam … .

 

Op 22 januari j.l. mochten wij voor de stadsderby aantreden tegen ASV 10.  Op papier zag het er ondanks een zieke Jeroen Kruiver, waarvoor Arie Schouten welwillend wilde invallen (waarvoor onze hartelijke dank!) alleszins kansrijk uit. Helaas, zoals reeds in het verslag van onze eerste wedstrijd gemeld: een balletje kan raar rollen …. .

Maar goed, ik loop op de zaken vooruit:

Allereerst mijn eigen partij: in een soort van Siciliaan waarin het evenwicht aanvankelijk nergens in gevaar kwam, slaagde ik er toch in een (licht) positioneel voordeel te verkrijgen. Jammer genoeg liet “Vrouwe inspiratie” het afweten, waardoor ik akkoord ging met het remisevoorstel van mijn tegenspeler. Bij analyse bleek (al)weer dat vrijwel alle kansen aan mijn zijde lagen … . (L)

Op het tweede bord toog Ad voortvarend ten strijde – wat echter niet het gewenste resultaat gaf, omdat zijn tegenspeler ruim voldoende tegengas wist te geven. Ook hier werd het punt dus gedeeld.

Stephan aan het derde bord zorgde voor een concreet lichtpunt, hij wist (door)drukkend de buit binnen te halen.

René deed zijn uiterste best, maar het mocht helaas niet baten: hier kantelden de kansen in een kansrijke stelling de verkeerde kant op, waarna wij met de “0” bleven zitten ….. .

Arie ging er lekker tegen aan met zwart, maar dat was het ook wel: in een op het oog licht voordelige stelling voor hem werd (toch) maar tot remise besloten ….. .

Peter speelde rustig en verkreeg een (vrijwel) gelijkwaardige stelling; echter, in een moment van onachtzaamheid (of door een briljante ingeving van zijn tegenspeler) belande het punt aan de ASV-zijde.

Aldus bleven wij, enigszins ontnuchterd, achter met “0” matchpunten en 2,5 bordpunten …. .

Echter: broeders, niet getreurd, onze volgende ronde met nieuwe kansen gloort al aan de horizon: op 12 februari mochten wij opnieuw aantreden, en ditmaal tegen “Ons Genoegen 1” uit gorssel (het is dan ook logisch dat zij in Almen hun speelzaal hebben …. .).

Aan het eerste bord trok Jeroen meteen als een razende ten aanval. Alle stukken werden richting de koning van zijn tegenstander gemanoeuvreerd en zijn tegenstander wist hier niet echt iets tegenover te stellen en na 19 zetten werd de Dame van de tegenstander gevangen waarna de tegenstander het wel voor gezien hield.

Aan het tweede bord mocht ikzelf aantreden, met zwart. In een soort gesloten Siciliaan wist ik een behoorlijke druk(stelling) op te bouwen; dit leverde uiteindelijk eerst een belangrijke centrumpion op (wit’s e-pion) en vervolgens de al zeer lang onder druk staande en steeds verder verzwakte witte c-pion. Zoals welhaast traditie (mijn rechterbuurman attendeerde mij daarop) haalde ik – uiteindelijk -  de buit binnen volgens het credo “waarom makkelijk winnen als het óók moeilijk kan?” In elk geval zag mijn tegenspeler bij het pionnen snoepen een nakend mat op de onderste rij over het hoofd, wat hem in elk geval een lange(re) lijdensweg bespaarde …. .

Aan het derde bord hield Ad – uiteindelijk -  de zaak in evenwicht en werd het punt netjes gedeeld.

Aan het vierde bord bij Stephan daarentegen gierden niet alleen bij de spelers de zenuwen door de keel – óók bij de omstanders was dit het geval: hier vlogen de kansen heen en weer, werd meermalen directe winst gemist waarna uiteindelijk alsnog een gelijkspel het resultaat was.

René was duidelijk zijn gram aan het halen: na een spoedcursus tijgeren, sluipschuttersopleiding en stoomwalsen verkreeg hij een goed Toren-eindspel, dat hij met vaste hand naar winst voerde.

Last but not least speelde óók Peter de sterren van de hemel: nadat zijn tegenstander een stuk weg blunderde, zorgde peter ervoor dat hij dit nimmermeer terug zag. De tegenstander van Peter probeerde nog van alles en gooide alles in de aanval. Peter sloeg dit gedegen af en vocht terug. Na het incasseren van de nodige “dreunen” zag Peters’ tegenspeler zodanig veel sterretjes dat de witte stelling verbrokkelde, waarna peter koelbloedig het punt incasseerde.

Aldus sloten wij ons bezoek aan de enigszins afgelegen plaats (we moesten zelfs door het uit de “fabeltjeskrant” welbekende donkere enge bos reizen om in Almen te arriveren!) af met een fikse overwinning: 5 – 1! En geen enkele verliespunt!

Daarom, ter afronding, nog enkele inspirerende woorden:

“Teamgenoten, we hebben een moeilijke klus geklaard – en we hebben hem fantastisch geklaard! Wet de zwaarden, poets het harnas en de schilden: we zijn gereed voor ons nieuwe avontuur, dat we met frisse heldenmoed en volledig geïnspireerd tegemoet kunnen treden!