Beste schaakvrienden,

De herfst is alweer een stukje onderweg.

Zoals men weet is de herfst op het noordelijk halfrond officieel op 21 septemberbegonnen en eindigt dan op 21 december. De echte astronomische herfst begintechter op 22 september en soms zelfs op 23 september. De dag en de nacht zijn dan ongeveer even lang. Op het zuidelijk halfrond is het precies andersom, daar begint de herfst op 21 of 22 maart Maar goed als we zoals vanavond richting De Steen Camer lopen, bespeur ik toch ook al een aantal gevallen bladeren, en natuurlijk ook paddenstoelen waarvan er sommige reeds gesneuveld zijn. Zouden de kabouters hier hebben zitten cantharellen? Voordat u verder leest moet ik u waarschuwen. Meestal heeft een verhaal een kop en een staart. Echter, ik heb de staart eraf geknipt. Deze flauwe grap is een bruggetje naar de zeer succesvolle interne competitie periode 1 ronde 7. Deze periode had maar liefst een opkomst van 82% ik weet zeker dat daar heel veel schaakverenigingen jaloers op zijn. 

 

De ronde 7 is gespeeld, en ja de periode kampioen is Laurens.Hij wist in 5 partijen, 5 punten binnen te halen.

Direct gevolgd door Jan met 4,5 punt uit 7 partijen, daarna volgt Fred met ook 4,5uit 7 partijen. Verder dient te worden vermeld dat Tom een knappe remise speeldetegen Arthur. En Cesar knap heeft gewonnen van Bart. Het blijft een leuk spelletje 

Schaken is cool !

Hieronder de uitslagen van periode 1 ronde 7.

Laurens Storms

-

René Reulink

1 - 0

Jan Schoemaker

-

Rolf Hendriks

½ -½

Fred Schonis

-

Franke van Netten

½ -½

Arie Schouten

-

Lennard Harris

0 - 1

Tom Brans

-

Arthur Ornée

½-½

Bart van den Akker

-

Cesar Eisma

0 – 1

Ad Braam

-

Thomas van Diggelen

½ -½

Gerjan Brands

-

Tim Schlechter

0 - 1

Theo Giesbers

-

Ferdi Berendsen

1 – 0

Wim Flohr

-

Peter Koelman

0 – 1

Interne Competitie

R.1

R. 2

R.3

R.4

R.5

R.6

R.7

Totaal

1

Laurens Storms

1

 

1

1

 

1

1

5

2

Fred Schonis

0,5

1

0,5

1

0

1

0,5

4,5

3

Jan Schoemaker

0,5

1

0

1

1

0,5

0,5

4,5

4

Rene Reulink

0,5

1

0,5

 

1

1

0

4

5

Arie Schouten

0

1

1

1

0

0,5

0

3,5

6

Cesar Eisma

1

0

0,5

1

0

0

1

3,5

7

Lennard Harris

 

0

0,5

0

1

1

1

3,5

8

Rolf Hendriks

0

1

1

0

0,5

0,5

0,5

3,5

9

Tom Brans

1

0

 

1

1

 

0,5

3,5

10

Arthur Ornee

0

1

0,5

0,5

 

0,5

0,5

3

11

Hans Donker

1

1

0

 

0

1

 

3

12

Bart van den Akker

1

 

0,5

1

0

 

0

2,5

13

Raimond Vastenhout

1

0

 

0,5

1

   

2,5

14

Thomas van Diggelen

0,5

0

 

0,5

0

1

0,5

2,5

15

Adem Korkut

 

1

0

 

1

0

 

2

16

Ferdi Berendsen

1

 

0

0

1

0

0

2

17

Franke van Netten

0

0

1

 

0,5

 

0,5

2

18

Theo Giesbers

0

     

1

 

1

2

19

Tim Schlechter

 

0

   

1

 

1

2

20

Gerjan Brands

0

0

0,5

1

0

0

0

1,5

21

Bert Maas

 

0

1

0

 

0

 

1

22

Eef Top

 

1

0

0

0

0

   

1

23

Gert Visser

 

1

         

1

24

Olivier Bruning

   

0,5

0,5

 

0

 

1

25

Peter Koelman

         

0

1

1

26

Ron Engelen

 

1

 

0

     

1

27

Wim Flohr

0

   

0

0

1

0

1

28

Ad Braam

       

0

   

0,5

0,5

29

Fred Beumer

0

           

0

 

Van wie leerde jij het schaken Lennard Harris ?

 

Toen mij gevraagd werd om een stukje te schrijven over mijn schaakverleden kon ik niet veelbedenken. Na wat langer nadenken kwam er weer wat geheugen terug. Er zijn een paardingen die ik mij nog kan herinneren. Toen ik klein was heeft mijn opa mij leren schaken. Ik kan mij nog een spelletje herinneren. Een speler had een schaakstuk (Dame of Toren) en deandere 8 pionnen. Als een van de pionnen de overkant haalde had je gewonnen. Het spelletjeheten iets met schapen en een vos? Het was echter lang geleden dus mijn geheugen kan mij in de steek laten.Mijn vader vond schaken ook altijd leuk. Hij heeft nooit les gehad, maar ook hij heeft mij zo nu en dan het spelletje aangeleerd. Ik kan mij nog goed herinneren dat hij zijn eigenschaakstukken had gemaakt van bouten, moeren, ringen.

Later toen ik ongeveer 15/16 jaar was begon ik met online schaken. In die tijd ging ik mijn beide ooms en vader online uitdagen voor een partij van 1 zet per 3 dagen. Hier maakten ik de ene fout na de andere. Toen wist ik niet dat je En passant kon slaan, of dat je remise kon spelen doordat de tegenstander geen mogelijke zetten meer had.

Tot afgelopen april 2019 speelde ik alleen maar snelschaken (bullet en blitz) online. Dit deed ik op en af, dan weer een paar jaar wel en dan weer niet. Daarbij heb ik geëxperimenteerd met verschillende openingen. Ook keek ik veel naar YouTube filmpjes (bullet en blitz) om zogenaamd te leren. Nu weet ik echter wel beter en ben ik naar mijn gevoel echt aan het leren door:

  • - Mijn eigen partijen te analyseren (eerst zonder en daarna met engine),
  • - Diepgaande YouTube filmpjes te bekijken over partijen.
  • - Veel tactieken te oefenen (chess.com).
  • - Alle tips die ik leer te noteren en later terug te bekijken.
  • - Online langere partijen te spelen. Minimaal 10 minuten liefst 45 min pp.
  • - En natuurlijk mijn wekelijkse partijen bij de schaakvereniging De Toren, waar ik nu
  • - met veel plezier naar toe ga.

Als jullie nog tips voor mij hebben over hoe ik mijzelf kan verbeteren dan hoor ik het graag!

Tot maandag.

Lennard Harris

Hierbij geef ik het stokje door aan Thomas van Diggelen.

 

Start SOS viertallen competitie

 

Toren 1, Laurens, Ron, Fred B., Raimond,

 speelt op 4 november thuis tegen Barneveld 1

Toren 2, Hans, Tom, Ad, Lennard

Speelt op 7 november uit tegen Koningswaal 2

Toren 3, Jan , Cesar, René, Peter

Speelt op 4 november thuis tegen Doetinchem 1

Toren 4, Bert, Gerjan, Fred S .,Eef.

Speelt op 12 november uit tegen Sleutelzet 2

Schaakhistorie Cholmov – Keres (1959)

 

Hans Bouwmeester

Onlangs las ik in de Duitse schaakpers een grimmige opmerking van de altijd zo

beheerste en objectieve grootmeester Wolfgang Unzicker: “Vroeger waren er

schaakmeesters, tegenwoordig zijn er slechts nog wandelende verzamelingen

elopunten!”

Deze uitspraak kwam mij opnieuw in gedachten toe in De Volkskrant van 8 juli 1989

een bespreking las van het boek Warriors of the mind van de auteurs Raymond Keene

en Nathan Divinsky. In deze bespreking gaf Gert Ligterink een beeld van de werkwijze

van de auteurs, die zich hadden bezig gehouden met het maken van een ranglijst van

grote schaakspelers uit het heden en verleden. Er was rekening gehouden met scores,

leeftijden en kwaliteit van de tegenstand. Zo kwam Kasparov op de eerste plaats,

Fischer op de derde, Lasker op de zesde, Aljechin op de achttiende en Euwe zelfs op de

42ste plaats.
Al01

Persoonlijk ontbreekt mij de lust om

bepaalde berekeningen na te gaan. Voor mij is zo’n boek het toppunt van zinloosheid,

want de auteurs trachten iets te meten wat per definitie niet te meten is! Als keizer

der violisten geldt Paganini, maar er leven geen mensen meer die hem hebben horen

spelen en opnamen van hem ontbreken. Van de legendarische cellist Pablo Casals

bestaan die opnamen wèl en ik heb een uitstekende Nederlandse cellist daarop eens

een vernietigende kritiek horen geven.

Zo zal het voor een hedendaagse schaakmeester niet moeilijk zijn een partij van

Morphy zo uit te kammen, dat er weinig of niets van over blijft. Dat deed trouwens zijn

tijdgenoot Steinitz, rechts in beeld, al.

In diens International Chess Magasin vinden we het volgende verhaal: “Denkt U”, zo

vroeg Steinitz aan Samuel Loyd, de onomstreden koning der problemisten en groot

Morphy-bewonderaar, “Zo ongeveer de sterkte van twee spelers te kunnen beoordelen,

als ik U een gedeelte van een door hen gespeelde partij laat zien, en, om tijd te

sparen U enige kritische commentaren geef?” Loyd antwoordde aarzelend en

bescheiden: “Ik denk het wel.”
steinitz

Steinitz ging van start, speelde tien zetten voor en gaf

daarbij zakelijk en helder commentaar. Tenslotte vroeg hij: “Wel, wat dunkt U van de

sterkte van deze beide spelers? Horen zij tot de eerste, tweede of derde

klasse?” Loyd, links in beeld, meende dat, na wat hij gezien had, de spelers hoogstens

tot de derde klasse gerekend moesten worden. “Bent U niet verrast te horen, dat dit

spel niet slechts éénmaal, maar zelfs tweemaal voorkwam in de match tussen Morphy

en Anderssen, namelijk in de tweede en vierde partij in 1858. Dat betekent dat beide

grote meesters de gehele opening zonder de geringste verbetering hebben herhaald,

wat feitelijk bewijst, dat zij er niet het minste vermoeden van hebben gehad, dat aan

hun ontwikkelingsmethode zwakheden kleefden, die nu, een kwart eeuw later, als

zware strategische fouten zouden worden aangemerkt!”

Inmiddels zijn we ruim honderd jaar verder en het zou mij weinig moeite kosten om de

beweringen van Steinitz te relativeren of zelfs min of meer te weerleggen. Er zijn

vorderingen gemaakt en het gemak, waarmee een nieuwe generatie de moeizaam

verworven kennis van de voorgangers tot zich neemt, is evident.

Speelsterkte is een resultante van meerdere componenten: inzicht, kennis,

rekenvaardigheid, voorstellingsvermogen, geheugen ‘Ausdauer’, mentale hardheid en

strijdlust. Speelsterkte is ook geen constante grootheid, zoals dagelijks in de praktijk

bewezen wordt. Is er behoefte aan metingen, dan is de gemiddelde score over een

bepaalde periode nog het minst onbevredigend. En zo heeft ene heer Elo dan zijn

ratingsysteem ontwikkeld; men kon kennelijk niet langer zonder. Nu wint de ene speler

minder, maar wel mooiere partijen dan de ander. Is ook dat verwerkt in de lijst van

Keene en Divinsky? In elk geval scoort een vrij onbekende meester als Cholmov hoog;

hij staat op de 22e plaats! Ligterink vermeldt in zijn bespreking de onsterfelijke

Cholmov – Bronstein partij (kampioenschap USSR 1965). Niet minder onsterfelijk is het

volgende duel.

  1. Cholmov – P. Keres
    Kampioenschap USSR 1959

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pf6 4.e5 Pg4 5.Lxc6 dxc6 6.O-O g6 7.Te1 Lg7 8.h3 Ph6

9.Pc3 b6 10.d4 cxd4 11.Pxd4 c5 het paard op d4 wordt aangevallen. Na 12.Pf3 of

12.Pb3 zou zwart met zijn stelling tevreden mogen zijn. Met zijn volgende zet brengt

Cholmov de partij in zuiver tactisch vaarwater.

Di03

 

12.Pc6 Het paard gaat vrijwillig in

gevangenschap.

12…Dd7 Onmogelijk was 12… Dxd1 wegens: 12…Dxd1 13.Txd1 (Dreigt mat op d8 en de

rochade is uitgesloten vanwege 14.Pxe7) 13…Lb7 (Of 13… Ld7.) 14.Pb5 Lxc6 15.Pc7+ Kf8 16.Pxa8 waarna zwart niet op a8 kan nemen wegens 17.Td8 mat.
13.Pxe7! Dat was dus de bedoeling. Het ziet ernaar uit dat wit een stuk achterop

raakt, maar schijnt bedriegt.
Di04

13…

 

Kxe7 Twee alternatieven:
A. 13…Dxd1 14.Txd1 Kxe7 15.Lg5+ en nu: 15…Kf8 (Ke8) 16.Td8# mat.
13…Dxd1 14.Txd1 Kxe7 15.Lg5+ f6 16.exf6+ Lxf6 17.Pd5+ en zwart verliest een pion.
13…Dxd1 14.Txd1 Kxe7 15.Lg5+ Ke6 16.Td6+ Kf5 16… Kxe5 17.Td5 en wit wint.
17.f4! Lxe5 Gedwongen, want Pg8 g4 is mat en Le6 Pe2 Ke4 Pg3 Ke3 Te1 is ook mat.
18.Td5 f6 19.Lxh6 Lb7 20.fxe5 Lxd5 21.Pxd5 Kxe5 22.c4 en wit wint het eindspel.
B. 13…Dxe7 14.Pd5 Dd8 15.Pf6+ Ke7 16.Lg5 Dxd1 17.Taxd1 en de dreiging Pg4 is

dodelijk.
13…Dxe7 14.Pd5 Dd8 15.Pf6+ Lxf6 16.exf6+ Le6 17.Lxh6 Dxf6 (17… Dxd1 faalt opnieuw,

nu op: 18.Taxd1 Td8 19.Txd8 Kxd8 20.Txe6! fxe6 21.Lg7! en wint.) 18.Dg4 O-O-O Wat

anders?
19.Lg5 Dxb2 20.Da4! en wit wint in de aanval.
14.Lxh6 Lxh6 15.Df3 Wit dreigt Df6 met torenwinst. Ook staat wit op het punt met het

paard op d5 te komen. Zwart kan niet beide verhinderen.
15…Lg7
Diaszoveel

16.Pd5+ Een fout zou zijn Dxa8 wegens: 16.Dxa8 Lb7 17.Dxa7 Dc6 (dreigt mat op g2)

18.f3 Ta8 19.Pd5+ Dxd5 20.Dxb6 en de witte aanval is weggeëbd.
16…Kd8 16…Ke8 17.Pf6+ Lxf6 18.exf6+ Kd8 19.Dxa8
17.Tad1 Lb7 Op 17… Db7 speelt wit het beste 18.e6 met als mogelijk vervolg:
[17…Db7 18.e6 Lxe6 19.Txe6 fxe6 20.Pxb6+ Kc7 21.Td7+ en wint.]
[17…Db7 18.e6 fxe6 19.Pb4+ Kc7 20.Df7+ Kb8 21.Df4+ e5 22.Txe5 Dc7 23.Te7 Dxf4

24.Pc6#]
18.Db3

Di05

18…Lc6 De dreiging van damewinst was moeilijk te pareren:
[18…Ke8 19.Pf6+]
[18…Kc8 19.Pxb6+]
[18…c4 19.Dxc4 Tc8 20.Db3 en de stelling is niet veranderd.]
19.Pxb6 axb6 20.Dxf7 Pakt een pion mee en dreigt de loper op g7 te winnen.
20…Lxe5 21.Txd7+ Lxd7 22.Txe5 Kc7 Er dreigde Td5 Ta7 Df6 met torenwinst.
23.Te7 Tad8 24.a4 Er leiden vele wegen naar Rome: 24.Dg7 The8 25.Dxh7 Txe7

26.Dxe7 Wit houdt de toren echter liever op het bord.
24…g5 25.Dd5 The8 26.Txh7 g4 27.a5 gxh3 28.axb6+ Kxb6 28…Kc8 29.Dxc5+ Kb7

30.Dc7+ Ka6 31.Txd7
29.Txd7

1-0

Chol

Rechts ziet u Cholmov, staande in zijn partij tegen Viktor Kortsjnoj.

Ongetwijfeld een prachtige partij. Of Cholmov zijn 22e plaats in de ranglijst van alle

tijden werkelijk verdient, daarover mag men van mening verschillen. Ook over de vraag

of dat werkelijk belangrijk is. Ongeveer 25 jaar geleden heeft Robert Fischer zich

eveneens met de kwestie bezig gehouden. In een geruchtmakend artikel

in Chessworld noemt hij Staunton, Steinitz, Morphy, Tsjigorin, Tarrasch, Capablanca,

Aljechin, Reshevsky, Tal en Spasski de tien grootste meesters uit de geschiedenis. zijn

betoog riep een storm van commentaren op, maar iets van wezenlijk belang kwam ook

daar niet uit.

“Wat zou er in de wereld anders zijn gegaan”, zo vroeg men eens aan een journalist

die na een briljante carrière afscheid nam, “als in 1962 niet Kennedy, maar diens grote

tegenspeler Chroestsjov vermoord zou zijn…?” De man vond op deze zinloze vraag een

antwoord dat naar mijn gevoel onsterfelijk is: “Eén ding weet ik heel zeker; Onassis

zou niet met mevrouw Chroestsjov getrouwd zijn!”