Beste schaakvrienden,

We hebben vanavond van de interne competitie alweer ronde 2 gespeeld.

Het was weer een mooie bezetting 10 borden, dat is heel netjes.

Laten we de uitdaging met z’n allen aangaan om aanstaande maandag 23 september met 11 borden te spelen. Dat zou echt TOP zijn.

 

Verder een warm welkom voor de spelers, die dit seizoen voor de eerste keer intern meededen. En een “hoera” voor onze koploper Hans Donker, hij voert manmoedig de lijst aan. Maar hij wordt onmiddellijk gevolgd door Jan Schoemaker, Rene Reulink en Fred Schonis ieder met een 0,5 punt achterstand.

Hieronder de uitslagen.

Tom Brans - René Reuilink 1 - 0

Hans Donker - Tim Schlechter 1 - 0

Cesar Eisma - Jan Schoemaker 0 - 1

Fred Schonis - Eef Top 1 - 0

Raimond Vastenhout - Ron Engelen 0 - 1

Arthur Ornée - Thomas van Diggelen 1 - 0

Lennard Harris - Rolf Hendriks 0 – 1

Gert Visser - Bert Maas 1 – 0

Franke van Netten - Arie Schouten 0 – 1

Adem Korkut - Gerjan Brands 1 - 0

 

SOS competitie

Binnenkort gaan we de juiste datums horen van de SOS. Dan kunnen wij daarna z.s.m. de datums gaan invullen van de massakamp tegen de Elster Toren en de Schachklub Turm Kleve alsmede onze traditionele simultaan met Jan Timman. En kan de Agenda op de site.

Schaak-instuif

Deze loopt nog steeds, het heeft inmiddels twee nieuwe leden opgeleverd. De publicaties in de wijkbladen en op de muurkrant gaan gewoon door. Zegt het voort, zegt het voort. Schaken is toch cool

Algemeen

Zoals reeds door de voorzitter iis aangegeven, gaat de BTV op 23 september de restauratie van de Schuur van start. De hele restauratie inclusief nieuw rieten dak en asbestverwijdering gaat ca. 10-11 weken duren. Tijdens de asbestverwijderingswerkzaamheden mogen wij ons clubgebouw niet betreden. Zoals het nu gepland staat gaat dat op 2-3-4 oktober plaatsvinden. Als alles mee zit wordt vrijdagmiddag 4 oktober ons clubhuis weer vrijgegeven voor gebruik. Als het tegenzit wordt de vrijgave uitgesteld naar maandag 7 of dinsdag 8 oktober. Dus als er op maandag 7 oktober geen schaak mogelijk is, ontvangt u vrijdagavond een mail.

OSKA 2019: het Open Schaak Kampioenschap Arnhem

Geschreven door Cesar Eisma

In het weekend van 6 t/m 8 september 2019 vond het goed door ASV georganiseerde OSKA 2019 plaats: het Open Schaak Kampioenschap Arnhem. Er waren bij aanvang 67 deelnemers in de sterke A- en de net iets minder sterke B-groep. Ik bungelde met mijn KNSB-elo-rating van 1299 hé-le-maal onderaan. Gelukkig was er genoeg vervolgpapier in de printer, anders was ik misschien wel weggevallen.... Er was een vriendelijke Griekse deelnemer zonder rating onder mij met wie ik een paar woorden Grieks wisselde, maar bij een kort en informeel potje voor aanvang van het toernooi bleek dat hij mij met gemak de baas was. Hij wist niet hoe hij moest noteren, of hoe zijn opening heette (Spaans), maar wel hoe te winnen. Iedere deelnemer aan het toernooi kon aan 6 ronden meedoen. Sommigen namen een bye op waarmee ze toch 0,5 punt scoorden. Ik overwoog om 6 byes op te nemen, mijn score zou dan zonder inspanning 3 uit 6 zijn. Een heel net resultaat, al zeg ik het zelf, maar ik zag van enige bye af. Tenslotte willen we allemaal schaken, niet waar? Hieronder volgen de belangrijkste momenten uit mijn partijen. Speelt u weer mee? Zoals gewoonlijk zijn de tekstzetten in vet weergegeven. Ik geef steeds aan welke ronde het betreft. 1. De openingsronde was vrijdagavond. Het 13-jarige schaaktalent Lorin Arnold (1616) uit Alphen aan den Rijn had zwart en maakte me bedreven in. Hij wist me bij de post mortem te vertellen dat ik tegen zijn Open Siciliaanse verdediging de populaire Rossolimo-variant speelde (nooit van gehoord). Met tactiek won hij al snel zowel een centrumpion als het initiatief. De stelling na 10….0-0 is als volgt:

Wit: Kg1, Dd1, Ta1, Tf1, Ld3, Lg5, Pc3, a2, b2, c2, e4, f2, g2, h2

Zwart: Kg8, Dd8, Ta8, Tf8, Lc8, Le7, Pf6, a6, c6, d5, e6, f7, g7, h7

Er lijkt niets aan de hand. Mijn witte stukken staan wat actiever, maar de zwarte pionnen zijn een veld verder opgerukt. Ik wil 11….Lb4, 12….Lxc3 en13. bxc3 voorkomen, want ik heb een hekel aan dubbelpionnen. (Ik luister graag naar de lessen van Steinitz.) Ik speel 11. a3, maar word opgeschrikt door 11….Pxe4! Die pion win ik nooit meer terug. Na lang rekenen keur ik 12. Lxe7 Pxc3, 13. Lxd8 Pxd1 af wegens het vervolg 14. Le7 Te8, 15. Lc5 Pxb2 en zwart wint een tweede pion met de dreiging 16….Pxd3, 17. cxd3 en ik zit ook nog eens met een zwakke, geïsoleerde d-pion en een versplinterde pionnenformatie. Ik besluit ik tot 12. Pxe4 Lxg5, 13. Pxg5 Dxg5 en vanaf hier word ik volledig overlopen. Als een olievlek spreidt de zwarte macht zich over het schaakbord uit. Ik doe nog een stuk of 3 foute zetten en kan op het nippertje aan mat op de 1e rij ontsnappen, maar dat gaat ten koste van een röntgenaanval waardoor ik mijn laatste toren verlies. Zwarte promotie is niet meer te vermijden en ik moet buigen voor de jongeman: na 44 zetten geef ik op. Ik heb nog 3 minuten bedenktijd over, Lorin 61. Zegt dat genoeg qua krachtsverhouding? Ik overweeg een verjongingskuur…. Ik besluit te blijven kijken totdat alle spelers klaar zijn, maar thuisgekomen kan ik door het schaakspel niet slapen. Het wordt een korte nacht en bij aanvang van de 2e ronde op zaterdagochtend om 09.30 uur ben ik weliswaar present, maar nog lang niet wakker. Dat moet ik vooral niet laten merken. En helaas blief ik geen koffie om wakker te worden. 2. Het 10 (!)-jarige broertje van Lorin: Rhys Arnold (spreek uit: Reese, 1539), liet me knap alle hoeken van het schaakbord zien. Het knaapje speelde met wit het Deens gambiet. Ik moest het thuis opzoeken. Ik was het al wel eens in een lesboekje tegengekomen, dus ik werd niet volledig overvallen. Smb.nl schrijft: Wit offert 1 of 2 pionnen voor een snelle ontwikkeling en aanvalskansen, maar zwart kan de offers veilig aannemen. De opening verloor zijn populariteit rond 1925. En het Deens gambiet bevalt Rhys waarschijnlijk goed, want ik zag het hem later nog een keer uitvoeren. Bij mij won hij met een bekeken dubbele aanval al heel vroeg een loper en daarmee de partij. 1. e4 e5, 2. d4 exd4, 3. c3 dxc3, 4. Pxc3 Lc5, 5. Lc4. Ik wil meekomen qua ontwikkeling, maar ik vrees 5….Pf6, 6. e5 en het paard kan in zijn achteruit terug naar g8 en dat is geen ontwikkeling. Dus ik kies voor 5….Pe7? Niets aan de hand, zo lijkt het. Nu nog de damevleugel ontwikkelen, rokeren en ik voldoe aan MORA. Dan kan ik zonder zorgen het middenspel in. Toch? 6. Dh5! Een uitstekende dubbele aanval uit het werkboekje van Stap 2. Daarvoor heb ik onlangs het diploma gehaald, dus hier had ik niet in mogen tuinen. Ik speel 6….0-0 om mat in één door 7. Dxf7# te voorkomen. En Rhys slaat toe: 7. Dxc5 en ik sta al meteen een loper achter. Bij mijn analyse achteraf zag ik dat ik de schade nog enigszins had kunnen beperken door 6….Lxf2+, 7. Kxf2 Pg6 en 8….0-0. Dat zou tenminste nog een pion winnen en wit is de rokade kwijt. Maar dat is onvoldoende compensatie voor de loper. Ook het jongere broertje Arnold speelde alsof hij nooit anders had gedaan. En net als bij Lorin kon ik niet opboksen tegen pionnen die zouden gaan promoveren en ik gaf het na 57 zetten op. Rhys had nog 72 minuten bedenktijd over toen ik opgaf, ik 21.... Wat is er toch mis met die klokken? Moeten ze niet eens nagekeken, geijkt worden? Die van mij loopt altijd sneller dan die van mijn tegenstander…. Ik vind dat er een ondergrens van 18 jaar moet worden ingevoerd om te mogen schaken, want zo vind ik er niks meer aan. Dat is een grapje. Ik moedig de jeugd juist aan om te schaken. Zelf behaalde ik het Pion- en het Torendiploma toen ik zo oud was als dit jochie. En Rhys was, vermoed ik, zo opgewonden dat ie vrijwel het hele toernooi stond. Dat was een mooi plaatje. 3. Zaterdagmiddag speelde ik met wit tegen de befaamde Karel van Delft (1569) uit Apeldoorn: jeugdtrainer, leraar, organisator, speler, teamleider, journalist en sportpsycholoog (citaat). Hij speelde de Russische verdediging. Mijn remisevoorstel bij zet 26 werd afgewezen. Volgens mij stond de stelling in evenwicht, ook materieel. Wij hadden beiden een witveldige loper, alleen had zwart een dubbele g-pion. Zwart kwam met zet 34 een pion voor te staan. Dit is de stelling na 39….a6.

Wit: Ke3, Pd4, a2, c3, f2, h3

Zwart: Kf6, Pe5, a6, b7, d5, g5, g7

Ik antwoordde met 40. f4? Een zet waar ik achteraf bedenkingen bij heb. Ik help zwart zo zijn dubbelpion op te lossen. 40….gxf4+, 41. Kxf4 Pd3+, 42. Kf3 Pc1, 43. a3 Pa2?

Ik constateer dat het paard zich in de nesten heeft gewerkt. Het heeft op a2 ook niets te zoeken, temeer omdat zijn actieradius beperkt is en er geen dekking in de buurt is. Gewoon terug met 43….Pd3 en het paard doet nog mee. Zoveel materiaal is er niet meer, dus moeten we er zuinig op zijn. Ik speel 44. Pe2 en het zwarte paard kan niet meer veilig weg, het is ingesloten.

44….Kf5, 45. Ke3 b5, 46. Kd2 a5? Het kritieke moment. 47. Pd4+ dubbele aanval (paardvork).

47….Ke4, 48. Pxb5 Kf3, 49. Kc2 Kg3, 50. Kb2 Pxc3, 51. Kxc3 Kxh3.

Nu ik het zwarte paard heb weten te verschalken en Karel de schade enigszins beperkte door nog snel even c3 te slaan, sta ik een paard voor tegen twee pionnen. Hier moest ik lang denken over het vervolg. Ik moest mijn paard wel offeren tegen de losgeslagen vrije g-pion. Karel wist vervolgens goed en in rap tempo met zijn koning mijn vrije a-pion te blokkeren voordat die kon promoveren en zo werd het remise. Ik was trots! Ik scoorde remise tegen Karel van Delft! Even later kocht ik zijn boek Schaakideeën uit 2013. Daar ga ik vast veel van opsteken. Als u het wilt lenen, hoor ik dat wel van u. 4. Mijn mede-ASV-lid Wisse Witmans (1562) speelde met zwart de Konings-Indische verdediging. Zonder het te weten koos ik voor de Klassieke Variant, zo las ik later op smb.nl. Het zou hét wapen tegen deze zwarte verdediging zijn. Ik weet helaas nog bijna niets van openingen. Het zijn er teveel! Rond zet 32 had ik nog 3,22 minuten tijd en toen stopte ik met noteren. Gelukkig kreeg ik bij de post mortem de laatste 15 zetten van Wisse. Dit is de kritieke fase na 29 Th6.

Wit: Kh2, Dc1, Td1, Tg1, Pc2, Pe2, c4, d5, f4, g3, h3

Zwart: Kg8, Df6, Ta2, Th6, La6, Lg7, c5, c7, d6, e4, f5, h7

Ik zie een open 8e rij met alleen de zwarte koning. Opportunistisch speel ik 30. Db1 om met 31. Db8+ een dubbele aanval uit te willen voeren. Als zwart het schaak opheft met 30…Kf7 (beter: 30…Lf8 of 30…Df8) volgt 31. Dxc7+ en met een beetje geluk keren de kansen, hoewel zwart duidelijk veel actiever staat opgesteld en alles gedekt heeft staan. En ik moet natuurlijk bijtijds mijn paarden dekken door Td2. Het intelligente 30….Tb2 doorkruist echter mijn plannetje en mijn dame moet terug. Na 31. Da1 volgt 31….Txc2, 32. Dxf6 Lxf6 en zwart wint een paard. Na 31….Txc2 is 32. Dxa6 ook verleidelijk maar dan volgt de deceptie met 32….Txd2+ en zwart blijft een licht stuk met schaak voorstaan. Dus ik kan alleen maar kiezen voor het veilige vluchtveld: 31. Dc1 Lxc4, 32. Td2 Ld3, 33. Te1 c4, 34. Pcd4 Tb1! Een geweldige zet. Ik kan de dame laten vluchten naar a3 of c3, maar dan valt de ongedekte Te1 (röntgenaanval). Nu weet ik dat ik de partij ga verliezen, want ik moet een onvoordelige ruil aangaan: 35. Dxb1 Lxb1, 36. Txb1. Mijn dame voor een toren en een loper en zwart heeft bovendien twee vrij pluspionnen: c4 en e4. Daarna trachtte ik met mijn paarden en een toren onrust in de zwarte koningsstelling te brengen. Ik hoopte op een paardvork op zijn koning en dame, maar Wisse wist dat effectief te omzeilen. En in een van mijn onderhand beruchte momenten van schaakblindheid gaf ik mijn toren weg en toen heb ik het meteen opgegeven. Wisse had nog bijna een uur tijd, ik slechts enkele seconden. Zonder increment was ik allang door mijn vlag gegaan. Wisse heeft keurig, technisch, op winst gespeeld en terecht gewonnen. 5. Zondagochtend had ik voor de 2e nacht op rij te kort geslapen. Pas toen ik in deze 5e ronde met zwart een stomme 18e zet had gedaan, werd ik ruw wakker geschud. Ik had vrijwillig mijn toren op de 8e rij ingesloten en mijn tegenstandster Anja Janssen, invalster uit Wageningen (1442), wist bekwaam de kwaliteit te winnen. Daarna hielden wij elkaar in evenwicht, maar mijn tegenstandster verbruikte relatief teveel tijd (ik dacht altijd dat ik de enige was) en ze stopte gaandeweg met noteren. Na afloop schreef zij ze uit mijn boekje over. De stelling na 34….Pxe5 was als volgt:

Wit: Kg1, Te1, Te2, Pe4, a3, b2, c3, f2, g3, h3

Zwart: Kf7, Td5, Pe5, Pf5, a4, b5, c4, f6, g7, h5

Ik zag een compacte witte koningsstelling en ik wachtte tot het moment waarop ik een paardvork kon uitvoeren. Wit vervolgde met 35. Kg2 Pd3. Na 36. Td1? zou de witte toren weliswaar mijn gedekte paard pennen, maar dan zou ik met 36….Pf4+ de net genoemde paardvork uitvoeren met een driedubbele aanval met twee stukken: op koning en op beide ongedekte torens. Na 37. gxf4 zou 37….Txd1 volgen en ik win de kwaliteit terug. Na 36. Td2? volgt niet dezelfde paardzet 36….Pf4+ met een dubbele (aftrek-) aanval met twee stukken. Het schaak moet natuurlijk opgeheven worden: 37. gxf4, maar dan blijkt Td2 gedekt te staan door Pe4. Als ik de torens zou ruilen, staat wit een toren voor en ik kan opgeven. Maar er is wel een goede zet: 36. Td2? Pxe1+, 37. Kf1 Txd2, 38. Kxe1 Txb2 enz. Nu sta ik ineens een toren voor en de kwaliteit is teruggewonnen. Terecht koos wit voor vluchten naar een veilig veld: 36. Tf1 g5, 37. Td2 g4, 38. hxg4 hxg4, 39. f3? En daar is dan die gewenste paardvork: 39….Pe3+. Het gedrag van paarden blijft onvoorspelbaar en ik win de kwaliteit terug: 40. Kg1 Pxf1. Ik wist wits speelruimte op de 1e rij te verkleinen. Op zoek naar een uitweg en door tijdgebrek was Anja overhaast gaan spelen. Na deze zet had ik nog 9,01 minuten en wit nog maar 1,48 minuten bedenktijd. 41. Kxg1 gxf3. Pionwinst. 42. Pf2 Ke6, 43. Ph3 Kf5, 44. Pf2 Kg6, 45. Td1 f5, 46. Td2. Als een partij in tijdnood verkeert, zie je vaker dat er zetherhaling plaatsvindt om tijd te winnen en wie weet kun je remise bereiken door drie keer dezelfde stelling op het bord te krijgen…. 46…Kg5, 47. Td1 f4, 48. gxf4 Kxf4, 49. Ph3+ Ke3. Toen kwam er abrupt een einde aan de partij. Weliswaar had Anja in alle haast al een stuk verplaatst, maar ze drukte haar klok een fractie van een seconde te laat in en haar vlag viel. We zagen het allebei direct. Een enorm frustrerende wijze om op die wijze te verliezen. Maar nu bleek de klok mij ook eens welgezind. Ik had nog 1,51 minuten. Mijn eerste overwinning dit toernooi. 6. De zesde en laatste partij speelde ik met zwart, zonder het te weten, de Hoofdvariant van de Konings-Indische Verdediging tegen Hans Thuijls (1606), al 22 jaar lid van de Edese SV, bestuurslid en beheerder van hun website. En hij kan ook nog eens best schaken. Het werd een positionele strijd waarbij wit zijn overwicht constant verder wist uit te breiden. Mijn remisevoorstel bij mijn 30e zet werd afgewezen. In een pionneneindspel bij zet 49 gebruikte wit doordacht het akelige wapen zetdwang. En daarna wist de ervaren Hans zijn twee vrije en verbonden pluspionnen zodanig in te zetten dat ik zijn promotie niet zou kunnen voorkomen. Na 57 zetten capituleerde ik. En ik was bekaf. Nooit geweten dat 6 schaakpartijen van elk ruim 3 uur binnen 48 uur zo vermoeiend zouden zijn, mede door mijn te korte nachten. Het gezellige toernooi sloot af met 60 deelnemers. Mijn score was 1,5 punt uit 6 partijen. Nog helemaal niet zo slecht als je bedenkt dat ik de allerlaagste geklasseerde was. Mijn TPR was 1363. Dat zegt u waarschijnlijk meer dan mij. De gemiddelde elo-rating van mijn tegenstanders was 1556. Dat is 257 hoger dan mijn bescheiden KNSB-rating van 1299. Dus met dit resultaat mag ik best tevreden zijn. Maar ik moet grote fouten leren vermijden, vooral het meehelpen van mijn tegenstander door stukken te ruilen terwijl ik achtersta. En als ik ietsje beter uit mijn opening kom en minder materiaalverlies lijd door goede tactische acties van mijn tegenstanders (dubbele aanval, kwaliteitsverlies, zetdwang) dan wordt het nog wel eens wat met mij.