Dit is de avond na de simultaan met Jan Timman, het plezier gonsde allemaal nog een beetje na. Maar we moeten verder, er wordt deze avond nog een beker finale gespeeld en er zijn nog interessante interne partijen te doen. Bekerfinale 2018/2019 (van onze speciale verslaggever) Deze Bekerfinale 2018/2019 ging tussen Raimond Vastenhout en Fred Beumer. De

 eerste schaakpartij laten we zeggen de klassieke met een bedenktijd van 90 minuten per persoon en een increment van 10 seconden per zet eindigde in remise.

Daarna moesten drie snelschaakpartijen uitsluitsel brengen: the best out of three. De winnaar van die drie Blitzpartijen (5 minuten) zou de Beker winnen. De foto hieronder is gemaakt op het moment dat Fred Beumer met zijn zwarte dame op b6 de witte koning op g1 van Raimond Vastenhout heeft schaak gezet. Wit moet nu eerst het schaak opheffen alvorens een andere zet te doen. En Raimond deed dat ook door zijn witte dame van e1 op f2 te zetten. Deze verdedigingszet wordt ook wel tussenplaatsen genoemd. En het gebeurt a tempo, namelijk met een tegenaanval van Df2 op Db6. Fred wint de eerste snelschaakpartij.

In de tweede en derde snelschaakpartij zet Raimond de koning van Fred schaak, maar die merkt dat beide keren niet bijtijds op. Fred doet vervolgens een andere zet terwijl zijn koning nog schaak staat. Daarmee voert hij een zogenaamde illegale zet uit. Die is onreglementair, dus tegen de spelregels en dat is verboden. Raimond ziet zijn schaakzet beide keren wel en claimt de winst in beide snelschaakpartijen. Beide keren wordt de winst hem door de toezichthoudende wedstrijdleider Arie Schouten toegekend. Het resultaat is dat Raimond twee van de drie snelschaakpartijen won en daarmee de Bekerfinale 2018/2019 heeft gewonnen. Van harte gefeliciteerd Raimond! Degelijk gespeeld. En Fred, jij hebt alles gegeven om te winnen en dat leidt ertoe dat je een goede tweede bent geworden. Heel knap gedaan!raimond

René Reulink (1390) - Cesar Eisma (1330), interne competitie SV De Toren, 3 juni 2019

Cesar Eisma

  1. . exd5. Deze slagzet verwachtte ik niet. Ik rekende op 11. cxd5. Nu ontstaat er een halfopen e-lijn vlak voor de neus van de witte koning in het midden. Die moet nu als de wiedeweerga gaan rokeren. Maar aan welke zijde? 11…e5. Ik calculeer in dat wit die fraaie en passant-beweging maakt: 12. dxe6 e.p. en wit is van zijn dubbelpion verlost, ik niet. Ik zou na die slagzet 12…fxe6 spelen. De pion op e6 blokkeert weliswaar mijn dameloper, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om een geïsoleerde dubbelpion te laten ontstaan: d4 en d6 hebben geen buurtjes om hen te dekken. Ik zou dan vlot d5 laten volgen om mijn pionnenstructuur te normaliseren. Maar wit slaat e5 helemaal niet. 12. Lg5 f6. Ik probeer de pionnenbescherming voor mijn koning Pf3. Met deze Réti-zet opende grootmeester Jan Timman twee keer tijdens zijn simultaans bij De Toren tegen mij. 1…c5, 2. c4 Pf6, 3. Pc3 Pc6. Ziet u de symmetrie? 4. d3? Ik denk dat 4. d4 beter is, want actiever is. 4…g6? Hier had ik 4…d5 moeten spelen voor een sterk centrum. 5. Lf4. Volgens mij is 5. Lg5 krachtiger en het pent Pf6 zodra de zwarte e-pion wordt opgespeeld. 5…Lg7, 6. e4 d6, 7. h3 0-0, 8. Dd2 Pd4, 9. Pxd4 cxd4. Ik houd niet van dubbelpionnen, tenzij ik mijn tegenstander er eentje kan bezorgen. Ze verzwakken de pionnenstructuur. Maar nu was het mijn eigen schuld. 10. Pd5. Wit zoekt de vlucht naar voren, deze zet zag ik niet zo gauw aankomen. 10…Pxd5. Ik kan het paard daar natuurlijk niet tolereren en tegelijkertijd bezorg ik wit zijn eigen dubbelpionaltijd degelijk te houden, maar dit vond ik wel een goede uitzondering. Ik dek pion e5 a tempo, dus met een tegenaanval en wel op de loper en die moet weggaan: vluchten naar een veilig veld. Ik gebruik altijd de afko: VVV. 13. Lh4. De loper staat daar vanzelfsprekend slecht, zeg maar gerust belabberd, maar later in de partij wordt ie nog belangrijk. 13…Te8. Ik bereid e4 voor met een frontale aanval op de koning, maar wit is ook niet gek. 14. f3 waarmee mijn geplande opstoot wordt ontzenuwd en voor Lh4 een uitweg wordt verschaft. Goed gedaan. 14…Ld7, 15. Le2. We voltooien onze opening. 15…Dc8. Ik plan hopelijk onopvallend een loperoffer voor als wit kort gaat rokeren: 16. 0-0 Lxh3! En ik verwacht dan 17. gxh3 Dxh3 en Lh4 hangt. 18. Lf2 Lh6!, 19. De1 Lf4 en er dreigt 20…Dh2#! Wit kan dat alleen voorkomen met 20. Lg3 Lxg3, 21. Tf2 Lxf2+, 22. Dxf2 maar wit verliest een kwaliteit en twee pionnen en de natuurlijke bescherming van de pionnen voor de koning is aan flarden. Het loperoffer is dus terecht. Maar zo ver kwam het niet. 16. Lg3 a5. Wit rokeert (nog) niet. Ik vermoed dat mijn loperoffer is doorzien en besluit tot actie op de damevleugel. Ik zie dat mijn materiaal wat beter opgesteld staat en begin met het nogal lukraak naar voren manoeuvreren van wat stukken in de verwachting dat gaandeweg wel een plan ontstaat. En mocht mijn geïmproviseerde aanval vroegtijdig vastlopen, kan ik de actie altijd nog afblazen, maar ik verwacht tenminste licht voordeel. En vervolgens verbaas ik mezelf dat het zo nog gaat lopen ook. 17. a4 Dc5, 18. b3 Ta6, 19. 0-0 Tb6, 20. Tab1 Ta8, 21. Tb2 h5. Deze zet is een beetje bedoeld als afleidingsmanoeuvre waarmee ik ruimte win en bovendien Kh7 en Lh6 mogelijk

maak. 22. Tfb1 Taa6. Dit ziet er allemaal misschien wel doordacht uit, maar ik was aan het improviseren en ik had geen idee waar dit heenging. Er was van beide kanten nog van alles mogelijk. 23. Le1. Deze goede zet zag ik al een tijdje aankomen en ik was er niet blij mee. Het bestrijdt 23…Tb4 en 24…Tab6 waarmee de zwarte batterij een stormram wordt. 23…Kh7, 24. b4. Ik vind deze robuuste zet prematuur. Ik denk dat Dd2 en Le1 beter eerst van plek hadden gewisseld en wit ook overigens betere posities had ingenomen. En ik heb Lh6 in aantocht waarmee de witte stelling wordt gepenetreerd. Ik besluit om ruim mijn tijd te nemen om over elke volgende zet goed na te denken, want dit lijkt de beslissende strijd te worden. De centrale vraag is: wanneer moet ik stoppen met ruilen? 24…axb4, 25. Txb4 Lxa4! Hier heb ik goed over nagedacht. Ik vind het mooi gevonden en ik geef deze pionwinst ook niet meer weg. 26. Txb6 Txb6, 27. Tb4 Txb4, 28. Dxb4 Dxb4, 29. Lxb4 Lf8. Om d6 te dekken. Lh6 wordt uitgesteld. 30. Kf2. Heel verstandig van wit om de koning te activeren nu de grootste dreigingen (de zware zwarte stukken: dame en torens) zijn verdwenen. 30….b6. Hiermee voorkom ik 31. La5 en wit verschaft zich een ingang naar mijn stelling. 31. Ke1 g5, 32. f4 Kg6, 33. fxe5 fxe5, 34. g3. Is 34. g4 niet actiever en dus aangewezen? Op het eerste gezicht vind ik dat zwart hier teveel initiatief wordt gegund. 34…Le8. Met deze zet ontlast ik mijn koning van zijn taak als dekker van h5. Ik wil met mijn koning naar f5, maar door de witte lopers en pionnen betwijfel ik of ik ver kom. Ik kan altijd een poging wagen. Maar ook schoot even door mijn hoofd dat die koningsactie me wel eens zou kunnen opbreken door een matvoering, want zoveel veilige vluchtvelden waren er niet op de koningsvleugel, dus waakzaamheid was geboden. 35. Lf3. De loper wil ongetwijfeld naar e4 en dan is mijn ambitie met de koning alweer verleden tijd. Dan maar weer eens van vleugel wisselen: 35…b5. Ik vind de tijd gekomen om pionnen te ruilen. Ik sta immers een pion voor en zo heel veel mogelijkheden zijn er niet. We houden elkaar verder wel goed in evenwicht vind ik. 36. Le4+ Kf6, 37. cxb5 Lxb5. Ik ben tevreden met deze ruil. Nu heb ik wat meer ruimte om te bewegen. Uit de Stappenmethode heb ik geleerd dat activiteit essentieel is en daar probeer ik naar te handelen. 38. La5 Le7, 39. Kd2 Ld7, 40. Lg2 Lf5. Hier is volgens mij goed merkbaar dat 34. g4 beter was. Nu lijken de rollen omgedraaid: de witte loper is dekker geworden in plaats van aanvaller. 41. Ke2 g4, 42. h4. De beste respons: de pionnen worden vastgelegd. Alleen e5 kan nog vooruit. 42…Kg6. Ik zeg het maar eerlijk: ik ben niet thuis in eindspelen. Ik zie hier geen directe winstkansen en ik moet op mijn bedenktijd gaan letten. Ik besluit in strijd met mijn les van internet: “Bied nooit remise aan!” toch remise aan te bieden. Wit wil nog even doorspelen. “Oké”, zei ik verbaasd. Ik had immers een pluspion maar inderdaad aanzienlijk minder tijd. Zag wit serieus winstkansen? Hij mocht het van mij gaan bewijzen. Ik had ook geen keus trouwens. 43. Ld2 Ld8, 44. Lf1? Volgens mij is dit niet goed. Ik heb achteraf diverse varianten met 44…e4 uitgespeeld. De meeste eindigden in remise, maar er was ook een variant met winst voor zwart bij. Het voert te ver om die hier allemaal uit te werken. En computers zijn daar veel beter in. Ik zit echter aan het bord niet op te letten en ik speel enkele wachtzetten zodat wit de tijd krijgt om zijn winstkansen te realiseren. Ik had hier naar mijn mening meteen 44…e4 moeten spelen. 44…Le7, 45. Kd1 Ld8, 46. Kc2 e4. Ik let weer op en speel dit alsnog. 47. Lb4 Lc7, 48. dxe4 Lxe4+, 49. Ld3 Kf5. Ik krijg een zeldzame inval en ik dek mijn loper in plaats van de witte loper met schaak te slaan: 49…Lxd3+. Daarna slaat de koning mijn loper en mijn pion op d4: 50. Kxd3 en 51. Kxd4 en mijn winstkansen zijn vervlogen. Iemand in het publiek zegt hoorbaar tegen een andere toeschouwer “Remise” en daar zou hij best eens gelijk in kunnen hebben. 50. Ld2 Ld8, 51. Lf4 Le7. Het is alsof de lopers (de spelers dus) om de hete brei draaien, op zoek naar de beste positie. 52. Kd2 Lf8, 53. Lg5 Lg7, 54. Lf4. Hier deed wit onverwacht zelf een remisevoorstel. Hij zei er niet doorheen te komen en dat was ik wel met hem eens. Ik wilde echter zelf nog een poging wagen: 54…Le5, 55. Lxe5. De witte loper die het op h4 zo moeilijk had, werd nog belangrijk en wordt nu geruild. Wat nu? Hoe moest ik hem slaan? Ik voelde voor 55…dxe5 zodat ik twee sterke want verbonden vrijpionnen creëer. Maar dan volgt ongetwijfeld 56. d6 en wit promoveert eerder dan ik. En als ik mijn koning inschakel om de witte vrijpion te verschalken, wint wit mijn laatste loper met uitzicht op winst. Of moet ik toch eerst de loper op d3 slaan? De varianten duizelden me. Ik had na bijna drie uur spelen geen puf meer voor complicaties en vooral mijn resterende bedenktijd baarde mij grote zorgen. Ik had hier nog maar 2,37 minuten en wit maar liefst 32 minuten. Ik was in strijd met mijn gewoonte al kort gaan noteren, maar ik wilde per se niet door de gehate vlag verliezen. Dan maar kiezen voor een degelijke, betrouwbare oplossing: 55…Kxe5, 56. Lc4 Lxd5 en ik pik nog een pionnetje mee. 57. Ld3 Le4. Ik bied gezien de stelling uiteraard loperruil aan, omdat mijn winstkansen met die vereenvoudiging toenemen. Maar wit speelt solide en ontwijkt zijn ondergang. 58. Lb5 Lg6. Wit mikt vast op 59. Le8 met een aanval van achteren op h5 en ik belemmer dat. En zo blijven we knokken. 59. Lc6 d5, 60. Lb5. Ik zie de seconden wegtikken en ik vind niet verliezen door de klok belangrijker dan de beste zetten blijven vinden en in schoonheid te sterven. In strijd met de spelregel stel ik remise voor zonder eerst een zet te hebben gedaan. Maar de handen worden geschud en ik zet de klok stil. Wit heeft nog 29 minuten tijd, ik 1,43 minuten (!). U begrijpt wel dat ik goed kan leven met deze uitslag. Ik was weer laat klaar maar ik heb toch het gevoel dat ik tenminste voor de helft revanche op wit heb genomen. De vorige keer verloor ik namelijk van hem. Nu is de acceptabele uitslag: 0,5-0,5.

Een andere heerlijke partij, was de partij van Laurenstegen Sjoerd.

Ik heb daar alleen het eindspel van mogen bewonderen, maar ik vond het toch heel erg knap van Sjoerd, dat hij de winnaar van Jan Timman zo lang in bedwang wist te houden. J J

Uiteindelijk won Laurens de partij, maar het was zeker niet eenvoudig voor Laurens. (Wat kan schaken toch boeiend zijn).

Uitslagen.

Fred Beumer

-

Raimond Vastenhout

1½-2 ½

Gerjan Brands

-

Fred Schonis

0 - 1

Laurens Storms

-

Sjoerd Hengst

1 – 0

Tim Schlechter

-

Franke van netten

0 – 1

René Reulink

-

Cesar Eisma

½ – ½

Maarten van Rhee

-

Rolf Hendriks

0 – 1

Nieuwe sponsor.

Het bedrijf SpotlessCare is onze nieuwe logosponser. Het is een bedrijf dat zich bezighoud met, schoonmaakdiensten, vloerreiniging, hogedruk reinigen en gevelreiniging. De directie van SpotlessCare wil graag maatschappelijk betrokken, en vonden het heel erg belangrijk dat de sponsering hier in Elderveld betrof.