Op deze avond werd er de tweede ronde van het snelschaken gespeeld. Er werden 10 partijen gespeeld van 5 minuten ieder. Een speciaal welkom, voor Lennard Harris en Tim Schlechter, die vinden het heel gezellig om eens mee te doen met De Toren. Ze hebben zich prima vermaakt en komen graag terug. Tim, gaat ook meedoen met de simultaan tegen Jan Timman. Dan een hartelijk applaus voor Maarten van Rhee die zich officieel als lid van De Toren heeft aangemeld. We heten Maarten van harte welkom en wensen hem veel schaakplezier.

Voor de liefhebbers verderop het verslag van een legendarische partij uit 1957, namelijk de partij van Fischer – Euwe 1957; Fischer was toen 10 jaar

Speler

Score

Part

W

R

V

Fred Beumer      

9 ½

10

9

1

0

Arthur Ornée

9 ½

10

9

1

0

Bart v.d. Akker

8

11

8

0

3

Rolf Hendriks

8

11

8

0

3

Lennard Harris

7

10

7

0

3

Guido van Kleef

6

11

6

0

5

Arie Schouten

6

11

6

0

5

Yunus Bewani

5

11

5

0

6

Tim Schlechter

3

11

3

0

8

Harry Boekhorst

2

8

2

0

6

Maarten van Rhee

2

8

2

0

6

Gerjan Brands

2

10

2

0

8

Fred Schonis

2

10

2

0

8

Franke van Netten

2

11

2

0

9

Nieuwe sponsor;

We zijn blij met is onze sponsor Garage Loeff , u kunt daar terecht voor de APK, reparatie en occasions. Het logo zal deze week op de site worden gezet.

SOS Competitie, Maandag 13 mei

Toren 2 – Rokade 1

Simultaan Jan Timman;

Er moeten nog enkele mensen € 5,00 overmaken, wilt u dat z.s.m. doen.

Ziekenboeg;

Met Jan Schoemaker gaat het gelukkig de goede kant uit.

Jan, gaat af en toe buiten een wandelingetje maken , en gaat naar de therapeut om aan te sterken. Er zijn nog wel wat ongemakken, maar Jan, hoopt met Jan Timman toch wel weer mee te doen.

Nieuws van het Max Euwe centrum Amsterdam, daar geeft Geurt Gijssen een lezing, de aanmelding is gratis.

MEC-lezing Geurt Gijssen

De bekende arbiter Geurt Gijssen zal op zaterdag 18 mei 2019 een lezing in het Max Euwe Centrum geven. 
 
De arbiter van diverse WK-matches, Olympiades en toptoernooien zal vertellen hoe er in de FIDE-spelregel- commissie bepaalde besluiten genomen worden. Aan de hand van praktische voorbeelden zal Geurt de voor- en nadelen van diverse (actuele) regelwijzigingen uitleggen. Daarnaast zal Geurt zijn mening geven over de laatste ontwikkelingen op het gebied van spelregels.

ijssen Gijssen als arbiter bij het 14e Interpolistoernooi in 1990

Interessant voor elke arbiter en iedere wedstrijdleider, maar ook voor schakers en andere geïnteresseerden zullen de anekdotes uit de omvangrijke carrière van Geurt leuk zijn om te horen. De lezing is gratis, maar een donatie wordt op prijs gesteld.

Aanmelding verplicht, er is plek voor maximaal 20 toehoorders.

Zaterdag 18 mei 2019: MEC-lezing Geurt Gijssen

MEC-lezing van 14.30-16.30 uur, het MEC is vanaf 14.00 uur open. Entree is gratis, maar een donatie wordt op prijs gesteld.

Aanmelden: 020-6257017 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Hieronder de “onbekende partij” van Bobby Fischer tegen Dr. Max Euwe, gespeeld in New York, 10 maart 1957

Hieronder volgt een bijzonderheid voor u als echte schaakliefhebber: de tweede partij van een demonstratiematch van twee partijen in de Manhattan Schaakclub in New York op 10 maart 1957. Dat zal u weinig zeggen, maar de spelers kent u beslist. Het waren met wit het destijds 14-jarige schaakwonderkind Bobby Fischer en onze eigen Dr. Max Euwe met zwart. Fischer werd dat jaar voor het eerst Amerikaans schaakkampioen. Hij werd het in totaal acht keer. Het jaar na deze partij, dus in 1958, werd hij grootmeester. En in 1972 werd Fischer wereldkampioen. Euwe werd 12 keer Nederlands schaakkampioen. Van 1935 tot 1937 was hij wereldkampioen schaken, tot nu toe de enige Nederlander die dat realiseerde. Je zou dus kunnen zeggen dat het een partij was tussen twee wereldkampioenen, zij het met een forse generatiekloof. En wat deze partij bijzonder maakt, is dat die ruim 50 jaar onbekend bleef!

De schaker, arbiter, wetenschapper en auteur Dr. Frank Brady ontdekte het notatieformulier van Bobby Fischer tijdens zijn bronnenonderzoek voor een nieuwe biografie over hem. Dat boek “Endgame” (Nederlandse vertaling: “Eindspel”) verscheen in 2011. Let op schakers: er staat niet één zet in. Het is een levensbeschrijving over Fischer, de meest excentrieke en omstreden wereldkampioen tot dusver. Voorbeeld: nadat hij in 1972 wereldkampioen werd, heeft Fischer geen enkele officiële schaakpartij meer gespeeld! En gelukkig is dankzij Brady dan die tweede matchpartij uit 1957 opgedoken en aan de vergetelheid onttrokken. Daardoor kunnen wij met de onderstaande partij alsnog genieten van het kunnen van de toen nog jonge Bobby Fischer tegen de al decennia gelauwerde Dr. Max Euwe. In tegenstelling tot hun eerste partij van deze ultrakorte match, werd dit een echt gevecht en die duurde tot aan het abrupte einde bij 41 zetten.

Wij beginnen met een korte verhandeling over de openingstheorie rondom deze partij en bieden u vervolgens de volledige partij aan met enkele regels commentaar. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat Fischer al op zo jonge leeftijd goed thuis was in de openingstheorie. Hij begon met de Spaanse opening (in het Engels: Ruy Lopez). En Euwe koos met 5…Pxe4 voor de Open verdediging, het zogenaamde Open Spaans. De Spaanse partij is de meest gespeelde schaakopening van de open spelen. Die open spelen beginnen allemaal met 1. e4. Met die zet met de koningspion opent wit zowel een diagonaal voor zijn dame als een voor een loper. De koning komt - enigszins - bloot te staan. Vandaar de term open spel. En daarom wordt die openingszet vaak als sterker beschouwd dan gesloten spel. Gesloten spel begint altijd met 1. d4. Daarmee wordt alleen voor een loper een diagonaal vrijgemaakt. De koningspion e4 blijft staan en de koning blijft door zijn e-pion beschermd, vandaar de term gesloten.

Bij de Spaanse partij zijn de centrumvelden van het grootste belang. En beide spelers willen het centrum beheersen. Daarnaast anticipeert wit op een toekomstige pionnenruil op d4 om ruimtevoordeel te creëren. De Spaanse opening is een sterke schaakopening voor wit. Maar zwart komt niet slechter uit deze opening, als hij tenminste correct speelt. De kennis en kunde van zwart worden er flink mee op de proef gesteld. En dat valt niet mee, want het Spaans kent zeer veel varianten. Hieronder noemen wij er slechts enkele die bij de partij passen. Om u alvast op weg te helpen: men speelt de Klassieke variant van het Open Spaans. Ondanks de door zwart gekozen Open verdediging van het Spaans, ging deze partij vanaf zet 11 over in meer positioneel spel waarin onbalans tussen de kracht van vooral de lopers naar voren kwam die bepalend werd voor de uitslag: sterke loper tegenover zwakke loper. In de opening had Fischer meer het initiatief maar gaandeweg de partij wist Euwe zich goed terug te vechten. De uitslag was verrassend. Speelt u weer mee? Zoals gebruikelijk zijn de gespeelde tekstzetten in vet afgedrukt.

Bobby Fischer – Dr. Max Euwe

1.e4 e5, 2. Pf3 Pc6, 3. Lb5. Met deze aanvallende zet heeft wit indirect de essentiële centrumvelden d4 en e5 onder controle. Wit kan immers het paard op c6, de verdediger van die twee velden, uitschakelen. 3…a6. Deze zet wordt het meest gespeeld als antwoord op de Spaanse opening. Zwart wil de witte loper van b5 wegjagen om een betere positie op de damevleugel te krijgen en de dreiging van de loper af te zwakken. Wit kan 4. Lxc6 of 4. La4 spelen. Bij slaan is de dreiging van de loper weg. Bij 4. La4 heeft zwart de mogelijkheid om de loper met b5 verder weg te jagen. En dat gebeurt straks ook. 4. La4 Pf6, 5. 0-0. Wit speelt op safe en rokeert vroeg. Daarbij offert hij wel pion e4 om een ontwikkelingsvoorsprong te krijgen. 5…Pxe4. Hiermee kiest Euwe voor de zogeheten Open verdediging, ook wel Open Spaans genaamd, waarbij de e-lijn halfopen wordt. Er ontbreekt namelijk een pion op die lijn. Deze zet wordt bij de Spaanse opening het meeste gespeeld. Zwart probeert op deze manier gebruik te maken van de tijd die wit nodig heeft om zijn gambietpion terug te winnen zodat zwart het centrum in zijn grip krijgt. Met 5…Le7 blijft de e-lijn dicht en die vertakking heet dan ook de Gesloten verdediging of het Gesloten Spaans. 6. d4 en geen tam 6. d3. Hiermee gaat wit voor verdere opening van het centrum. Nu zijn koning door de rokade snel veilig staat, kan dat voordelig voor hem uitpakken, temeer nu de zwarte koning nog in het midden staat. In de Tartakower variant speelt wit hier al 6. De2. Fischer speelt dat pas bij zet 11.

 

6…b5, 7. Lb3. Wit dreigt nu met 8. dxe5. Zwart kan beter niet al te gretig zijn en 7... exd4 spelen, vanwege 8. Te1 d5 en 9. Pc3! Dat is gevaarlijk voor zwart. Hij kan het beste rustig verder ontwikkelen: 7…d5, 8. dxe5. Hiermee wint wit de gambietpion terug. 8…Le6. Dit is de uitgangsstelling van het Open Spaans. Zwart heeft actief stukkenspel en de witte pion op e5 is zwak. Wit kiest in deze partij niet voor 9. Pbd2, dat is de Bernstein variant van het Open Spaans, maar voor 9. c3. Daarmee maakt hij vluchtveld c2 vrij voor Lb3 en hij beheerst zo centrumveld d4. 9…Le7. Met 9…Pc5 zou zwart de scherpere Berlijnse variant volgen. Nu speelt hij bedachtzaam en hij bereidt de korte rokade voor, terwijl hij het loperpaar geprononceerd en gecentreerd ontwikkelt. Hier is een voormalig wereldkampioen aan het werk. 10. Pbd2. Hiermee valt wit het sterke zwarte paard op e4 aan. En de hiervoor aangestipte Klassieke variant van de Open Spaanse opening is op het bord verschenen.

Zwart durft ruil van de paarden wel aan met 11. Pxe4 dxe4 evenals de achterliggende dameruil 12. Dxd8 Txd8 en hij krijgt een mooie open d-lijn voor zijn toren. Zwart speelt net als wit op safe: 10…0-0, 11. De2. Hiermee wijkt Fischer af van de openingstheorie die vervolgt met 11. Lc2 f5. Daarbij moeten wij wel bedenken dat de partij niet in het computertijdperk plaatsvond, maar in 1957, terug in de tijd. De openingstheorie heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld. Tot zover de opening. Hier begint het middenspel en de partij krijgt een positioneel karakter.

De partij vervolgt met 11...Pc5. Het paard staat twee keer aangevallen en moet weg. Dat is beter dan ruilen met 11…Pxd2, 12. Lxd2. Daarmee zou zwart een goed ontwikkeld stuk inleveren en de witte ontwikkeling bevorderen. 12. Pd4. Met deze zet blokkeert wit het opstomen van de zwarte pion naar d4 waarmee zwart meer speelruimte zou krijgen. 12…Pxb3, 13. P2xb3 Dd7. Dekt Pc6. 14. Pxc6 Dxc6, 15. Le3 Dc4! Zwart biedt hiermee dameruil aan waartoe zijn dame - opvallend - vóór zijn pionnenlinie gaat staan. Na het passieve 15…Dd7 is 16. Lc5 erg verleidelijk voor wit. Na de voor de hand liggende ruil van de lopers met 16…Lxc5, 17. Pxc5 staat het witte paard geweldig sterk, zeker met rugdekking van de naar b4 te schuiven pion. Vergelijkt u die positie eens met die van de onzes inziens zwakke zwarte loper op e6. Je moet dan als zwartspeler waarschijnlijk al snel aan een kwaliteitsoffer gaan denken om van dat sterke paard af te komen en de stelling weer in evenwicht te krijgen. De tekstzet van zwart is beslist sterker waarmee hij initiatief kan verkrijgen. Wij vinden dit een kantelpunt in de partij en wij zijn benieuwd naar uw mening.

Wit speelt – ook opvallend - 16. Dd2. Wit ontwijkt dameruil, terwijl er later in de partij (zet 35) weer een keuzemogelijkheid komt rond dameruil. Zou wit er hier nou echt zo beroerd uitkomen als dameruil met 16. Dxc4 bxc4 zou zijn aangenomen? Toegegeven, zwart heeft dan het loperpaar, een halfopen b-lijn die zich leent voor verdubbeling van de zwarte torens en het witte paard moet acuut verplaatst worden. Maar het paard zou op c5 prima staan, Le6 doet niet veel bijzonders en zwart heeft een dubbelpion. Alle ingrediënten lijken dan aanwezig voor verdere stukkenruil richting een rustig eindspel met remise. Maar wit is jong, ambitieus en wil beslist geen remise. Wit speelt op winst!

 

16…c5! Deze zet heeft ons verrast. Zwart doet de deur richting een eenvoudig en veilig vluchtveld achter zich dicht en de zwarte dame wordt acuut kwetsbaar. De eerste aanval op de dame volgt direct: 17. Pa5 Dh4, 18. Pc6. Nu is het het witte paard dat moedig vijandelijk terrein binnentreedt en wel met de dreiging 19. Pxe7+ a tempo, met schaak. Dus zwart dekt: 18…Tfe8, 19. g3. Wit verjaagt de dame die moet vluchten naar een veilig veld: 19…Dh5, 20. Pxe7+ Txe7, 21. Lxc5. Met deze combinatie wint wit een pion. En zijn loper valt de zwarte toren aan. Die moet weggaan. Zwart speelt de toren slim naar een veld waarmee hij op zijn beurt de loper aanvalt: 21…Tc7, 22. Ld4 Lg4. En – alweer opvallend - niet 22…Lh3 met een directe aanval op Tf1. Ziet u dat de rollen van de lopers in twee zetten zijn omgedraaid? De witte loper op d4 is gedegradeerd tot een veredelde pion en blijft dat ook, terwijl de zwarte loper van e6 uit zijn schulp is gekropen en met de dame een gevaarlijk aanvalsduo vlakbij de witte koning vormt. Als er al bij zet 16 nog geen sprake was van een kantelpunt, dan is het volgens ons hier wel. Zwart luidt met 22…Lg4 een serieuze aanval in en wit moet gaan verdedigen.

Zodoende is het goed om heel even te bezien of wit zich met 21. Lxc5 misschien in de vingers heeft gesneden. Wits doel op korte termijn is helder: materiaalwinst. Opbrengst: één pion. Zijn loper gaat echter over de zwarte velden. En de door wit zelf met 19. g3 rondom zijn koning geopende velden zijn wit. En precies op die witte velden concentreert zwart zijn stukken. Zwart handelt naar het doel op langere termijn: winnen. Wit blokkeert met 22. Ld4 weliswaar een eventuele inval van de zwarte toren via veld c4 richting de koningsvleugel, maar die kant kan de zwarte toren ook via c6 en h6 opgaan. Dus dat argument overtuigt niet. En aan 22. Ld6 kleeft het gevaar van 22…f6, waarna 23…fxe5 dreigt waarmee zwart aan de dekking van de loper op d6 kan knagen. Wellicht zouden dan veel zware stukken bij de strijd rond het centrum worden betrokken. En dan zou de partij met een zet als 23. Dxd5+ met een dubbele aanval, ook op Ta8, een hele andere kant op kunnen gaan. Duidelijk is dat de pluspion wit vooralsnog geen blijvend voordeel heeft opgeleverd. Zijn zorgen zijn er in ieder geval niet minder op geworden.

De partij gaat verder met 23. f4 Tc6, 24. a4. Wit ziet dreigingen op de koningsvleugel en de beste verdediging is een tegenaanval en wel op de damevleugel. 24…bxa4, 25. Txa4 Th6. Nu vormen de zwarte dame en toren een imposante batterij richting veld h2. Hierdoor wordt de witte dame als het ware gepend op de tweede rij om h2 te blijven dekken. 26. Df2 Lf5, 27. Tfa1 Tc8. Hier wordt u 28. Txa6 afgeraden, de gratis pion is vergiftig. Na ruil van de torens met 28…Txa6, 29. Txa6 ligt de onderste rij van wit open. Zwart kan eenvoudig schaak zetten met 29…Dd1+ en er ontstaan gevaren door samenwerking met de zwarte loper. Na het opheffen van het schaak door middel van tussenplaatsing met 30. Df1 en dameruil met 30…Dxf1+ en 31. Kxf1 heeft zwart een dodelijke vork met 31…Ld3+. Resultaat: de witte toren valt en de partij is afgelopen. Wit moet dus behoedzaam opereren.

  1. Tb4 Tg6. De zwarte toren komt op de g-lijn en recht tegenover de witte koning te staan. Is het u opgevallen dat werkelijk alle witte stukken op zwarte velden staan? Dat is geen toeval en ongetwijfeld zo gedaan omdat de zwarte loper op de witte velden speelt. Zo kan die zwarte loper geen enkel wit stuk direct bedreigen. En andersom geldt het precies zo. Alleen de zwarte pion g7 staat op een zwart veld. 29. Tb6 Txb6. Torenruil waarmee wit de zwarte aanval op de koningsvleugel wil ontkrachten. 30. Lxb6 Dg4. Maar de zwarte aanval gaat door. En ook de zwarte dame wordt recht tegenover de witte koning opgesteld. U zult intussen gemerkt hebben dat het steeds zwart is die de vijandelijke koning bedreigt, waar er van de kant van wit feitelijk geen enkele actie naar de zwarte koning toe kan worden ondernomen. Zwart heeft duidelijk het initiatief waar wit het met 16. Dd2 liet liggen. Het enige voordeel van wit is die pluspion, maar de veiligheid van zijn koning is in het geding. Wat hebt u liever, meer materiaal of een aanval op uw koning?
  2. Ld4 h5! Door deze multifunctionele zet, waarmee zwart tevens een eventueel vluchtveld voor zijn koning creëert, kan zwart zijn h-pion spoedig vanaf veld h4 als stormram tegen g3 gaan inzetten. Of de pion kan nog verder worden doorgeschoven en vanaf veld h3 als helper dienen bij een matvoering zodra de zwarte dame op een onvoldoende gedekt veld g2 komt. 32. Tf1. Wit geeft de tegenaanval op de damevleugel op en schiet in de verdediging. 32…Ld3. Na de zwarte dame is het nu de zwarte loper die de vijandelijke linie penetreert. 33. Te1 Tc6. Er dreigt 34…Th6 als ruggensteun voor acties met de h-pion. 34. Te3 Le4, 35. De2! Dit vinden wij een opmerkelijk moment in de partij. Het is volgens illustratief voor de gewijzigde verhoudingen. Waar wit met 16. Dd2 dameruil ontweek, biedt die het nu zelf aan. Spijt? Berouw komt na de zonde. En omdat we al zagen dat de rollen omgedraaid zijn en de partij is gekanteld, is het nu zwart die het zich kan veroorloven dameruil te weigeren. Bij acceptatie zou de partij wellicht op remise uitdraaien, maar nu is het zwart die op winst speelt. En we moeten beseffen dat het hier om een demonstratiematch gaat, dus niemand is gebaat bij snelle flauwe remises. De partij gaat dus door. En hoe!

35…Df5, 36. Kf2. Wit voelt de bui via de kwetsbare h-lijn al goed aankomen en profylactisch brengt hij zijn koning in veiligheid richting de damevleugel. Ziet u dat hij dat expres via de zwarte velden doet? Zo vermijdt hij vervelende en gevaarlijke tussenschaakjes en daarmee samenhangende dubbele aanvallen. 36…h4, 37. Ke1 hxg3, 38. hxg3 Th6. Alle zwarte stukken zijn actief en in de aanval, terwijl het bij wit alle hens aan dek is om de boel dicht te houden. Het grote verschil in beheerste velden tussen de torens is kenmerkend voor de krachtsverhoudingen. En de zwakte van de witte loper op d4 is tekenend voor zijn benarde stelling. Wit verliest ook nog eens steeds meer bewegingsruimte en controle over velden. 39. Kd2 Lb1. Nu dreigt er werkelijk van alles. De witte koning is een speelbal van zwart geworden. Wat denkt u van 40…Dc2+? 41. Ke1 Th1+, 42. Kf2 Th2+ met een röntgenaanval en wit verliest zijn dame. Zwart heeft hier volgens de computer diverse mogelijkheden om de stelling vrij soepel naar winst toe uit te spelen. Maar wat gebeurt er? De afloop zal u verbazen. 40. Tf3 Th1, 41. Tf1=! 0,5-0,5.

Dr. Frank Brady schrijft dat de met zwart spelende Euwe remise aanbood. Fischer moest er flink over nadenken maar nam het remisevoorstel aan. En Fischer hield helemaal niet van remises. Hij wilde winnen! Hij zal echter beseft hebben dat hij ondanks zijn pluspion geen reële kans meer had om te winnen. Hij accepteerde het op zich nobele voorstel van Euwe. Die stelde remise voor omdat hij het grote schaaktalent van Fischer wel inzag en de jongeman geen desillusie wilde bezorgen. Hij wilde hem met een remise juist stimuleren om door te gaan. En bovendien won de galante Euwe de match zo toch en wel met 1,5 - 0,5.

Bekijk deze en veel andere boeiende partijen op YouTube. Gebruik voor deze partij de link:

https://youtu.be/AL1-Xd2HTWU

Bronnen: video van 22 juni 2018 van Jerry bij Chessnetwork op YouTube, Wikipedia, Schaakbond.nl, de fraaie openingen database van SMB.nl, Schakentegencomputer.nl en Bol.com

Bobak, geeft op maandag 13 mei  weer schaakles/analyse 

Aanvang 19:00 uur

U bent allen van harte uitgenodigd.