Onze zaal had met 32 schakers weer een behoorlijke bezetting.Er werd voor de interne competitie gespeeld, voor de beker en er werd een massakamp gespeeld tegen de Velpse SV.Met een gezonde rivaliteit is deze tweede ontmoeting ruimschoots door de Toren gewonnen. Dus historisch gezien is het nu 1-1 , en gaan we in 2020 gewoon weer verder

Voor een van onze sponsors , de Stichting teman teman sehati.

Werd er een loterijtje gehouden, de prijs was een heus authentiek schaakspel uit Indonesië. De loten gingen grif van de hand en heeft t.b.v. de Stichting € 40,00 opgebracht. De Nederlandse oudjes in Indonesië tussen de wal en het schip zijn gevallen, zijn er heel blij mee.

En de winnaar is …………………… Bart van den Akker.  

 

Uitslag Interne Competitie

Franke van Netten      - Rolf Hendriks                      ½- ½

Yunus Bawerni           - Adem Korkut                        0 - 1

Guido van Kleef          - René Reulink                       0 - 1

Cesar Eisma               - Gerjan Brands                     1 - 0

Maarten van Rhee     - Hans Donker                         0 - 1

Uitslagen 1/8 finale bekercompetitie.                  

Guido van Kleef – Rolf Hendriks                               ½- ½

Cesar Eisma - Bart van de Akker                              1 - 0

Raimond Vastenhout -Franke van Netten                 1 - 0

Rolf Hendriks - Bert Maas                                         1 - 0

Laurens Storm -Arthur Orneè                                    0 - 1

Fred Schonis - Peter Lincewicz                                  0 - 1

Jeroen Kruiver - Fred Beumer                                    0 - 1

Ad Braam - Ron Engelen                                           0 - 1

Gert Visser - Peter Koelman                                      1 - 0    

SOS Competitie

Toren 4 – Veenendaal 3 wordt gespeeld op Donderdag 21 maart.

Toren 2 – Zutphen 1, is verplaatst naar Maandag 25 Maart.

 

Van wie leerde jij het schaken Laurens Storms ?

Mijn vader was een sterke speler in Nijmegen, maar toch kreeg ik de spelregels van oom Nico geleerd. Met zijn zoontje en mijn broertje speelden we dan op vrije woensdagmiddagen vaak toernooitjes. Veel vond ik er toen niet aan. Schaken bestond gewoon uit toeval en trucs.

Dat veranderde toen ik naar het Canisius College ging en me voor de schaakclub aanmeldde, die geleid werd door de zeer ambitieuze pater Krekelberg. In groepjes van 6 kon je na 5 weken, als je alles won, zelfs 2 groepen stijgen. Dat gebeurde bij mij pas na anderhalf jaar. Maar wel tweemaal achter elkaar en zo speelde ik praktisch ineens in de hoogste groep.

Dat plotseling doorbreken, uit het niets zomaar iets kunnen, heeft mij altijd gefascineerd. Ineens kunnen fietsen bijvoorbeeld, ineens kunnen zwemmen of - om iets heel anders te noemen -ineens iets van het recht begrijpen, mysterieus is het, maar geweldig om het te beleven. Je komt op een ander vlak.

Op het moment dat ik dit schrijf, zaterdagmiddag de 9e maart, en dit stukje daarmee anders gaat dan mij voor ogen stond, is de hemel na de storm helemaal opgeklaard. Voor mij een stukje synchroniciteit. Dat is iets van de psycholoog Carl Jung. Een samenloop van fenomenen, dit schrijven dus en de zon die nu doorkomt, dingen die ogenschijnlijk niet samenhangen. Leuk dat het juist nu gebeurt! Zit er meer achter het leven dan het zo lijkt?

Eigenlijk is het mooi zo en wil ik het hier bij laten. Maar ik hoor Fred Schonis gedecideerd zeggen: Nee nee, dit is te kort en bovendien buiten de vraag. Okay, over schaken dus: van Botwinnik heb ik maar 1 keer verloren, en Bronstein kon ik op remise houden. Bij simultaans natuurlijk, in Nijmegen, georganiseerd door pater Krekelberg.

Tijdens mijn studie ben ik ook schaakboeken echt gaan bestuderen. Der Rochade-Angriff van Vladimir Vukovic, met het beroemde loperoffer op h7. Daarvan leerde ik dat er velden zijn op het bord, waar je je helemaal op kunt / moet richten. Bij Nimzowitsch was het echt een systeem, zulke velden konden overal op het bord ontstaan: op d4 zet je een paard om de geïsoleerde pion d5 te

blokkeren. Pionnenketens probeer je bij hun basis aan te pakken. In het frans bijvoorbeeld bij het blokje d4-e5 tegen d5-e6 speelt zwart eerst c5 en pas (veel) later f6. Maar het schaken is meer dan begrijpen. Het is spelen en dus ook incasseren. Dat houd je menselijk. Mogelijk is verliezen belangrijker dan winnen. Ja, ik kan het niet laten - een filosofische uitsmijter tot slot. Leuke clubavonden wens ik jullie allemaal toe.

Hartelijke groet, Laurens Storms

 

Verslag massakamp, De Toren – Schaakvereniging Velp, 18 Maart 2019

 

Afgelopen maandag 18 maart was er dan eindelijk de (lang) verwachte return tegen Velp. We hoopten natuurlijk dat we er ditmaal wèl een goed / beter resultaat uit zouden slepen. Rond 20.00 uur, na een kort woordje van onze voorzitter Fred, gaf Arie de aftrap voor het spektakel en kon de strijd beginnen. Voor het verslaggevingsgemak hou ik de bordvolgorde aan.

Bord 1:

Hier mocht Ron met zwart de spits afbijten, doch slaagde zijn tegenstander er niet in om op tijd aanwezig te zijn. Dit leverde weliswaar een punt op, maar drukte anderszins de pret enigszins (want ja, een schaker wil natuurlijk in de eerste plaats graag …. schaken!). (1)

Bord 2:

Fred Beumer speelde met wit een rustig opgezette partij, waarin hij de druk gaandeweg steeds verder opvoerde. Uiteindelijk wist hij zoveel dreigingen te scheppen dat deze zijn tegenspeler boven het hoofd groeiden, waarna Fred eerst een stuk en daarna het punt incasseerde. (1)

Bord 3:

Bobak speelde een uiterst gevarieerde en creatieve partij met zwart, zoals alleen hij dat kan. Uiteindelijk bleef er een zeer dynamisch eindspel over, waarin beide partijen behalve de koning nog de beschikking hadden over een dame, een licht stuk en erg veel pionnen. Dit leverde een terechte puntendeling op. (1/2)

Bord 4:

Arthur speelde met wit zo ongeveer een droompartij: via de g- en h-lijn kwam hij eerst met een dame en pion, later met een loper en tenslotte met een tweede loper de zwarte stelling binnen. Hij wist het aantal (mat)dreigingen tegen de ongelukkig staande zwarte koning zodanig op te voeren, dat dit de zwartspeler uiteindelijk twee torens en kort daarna de partij kostte. (1)

Bord 5:

Trouw aan zijn principes speelde Raimond vanaf de eerste zet meteen een erg aanvallende partij. Zijn tegenspeler was hier niet echt op voorbereid en moest het antwoord hierop schuldig blijven, waarna Raimond overtuigend het punt incasseerde. (1)

Bord 6:

Hier mocht Tom Brans (yes, it is me!) met wit aantreden tegen een jeugdspeler die weliswaar de aanval probeerde te zoeken maar daar te langzaam mee was. Toen hij, na mijn stormloop op de zwarte damevleugel óók nog lang rokeerde, was het leed snel geleden: de zwarte koningsstelling werd opgeblazen, waarna een snelle mat-aanval volgde. De jeugdige zwartspeler wachtte de ondergang niet af en hield het voor gezien. (1)

Bord 7:

Tsja, hoe zal ik deze partij beschrijven?! Laat ik maar gewoon beginnen: Peter Lincewicz speelde met zwart en, zoals vrijwel gebruikelijk, kwam er een Pirc op het bord. Gaandeweg werden de verwikkelingen in deze partij steeds merkwaardiger, tot in het vreemde eindspel van T + L (Peter) en T + P (zijn tegenspeler) toe. De Velpse witspeler wist in eerste instantie een vrijwel gewonnen eindspel te verkrijgen: 3 verbonden vrijpionnen op de koningsvleugel, terwijl zwart alleen nog een (vrije) b-pion had. De torens waren inmiddels geruild, dus wit had eigenlijk alle kans en gelegenheid om dit eindspel te winnen. Tot grote verbazing / verbijstering van de omstanders slaagde de witspeler er niet alleen niet in om te winnen, maar wist hij van zichzelf te verliezen: hij hief de blokkade van de zwarte b-pion met zijn paard op en probeerde hiermee (als)nog zijn laatste witte pion te laten promoveren. Een simpel rekensommetje leerde, dat dit alleen maar slecht kon aflopen voor wit en jawel, de zwarte b-pion promoveerde terwijl de (laatste) kans op een promotie van de witte pion verdampte. Zo toonde Peter overtuigend de waarheid van het oude adagium aan: geef nooit op voordat je mat staat …. .(1)

Bord 8:

Jeroen speelde met wit en – hoe verrassend – er kwam een Klassieker der Klassieken op het bord: een Koningsgambiet. En jawel, ondanks moedige en zeker niet passief te noemen tegenspel van de jeugdige zwartspeler leidde dit, nadat zwart volkomen overbodig vrijwillig een goede loper tegen een uiterst matig wit paard ruilde, tot een vernietigende aanval van wit die de lang gerokeerde zwarte koning zwaar onder vuur nam, wat uiteindelijk teveel van het goede werd voor de Velpse jeugdspeler. (1)

Bord 9:

Imre speelde met zwart een gedegen opgezette partij, nam haar kansen waar en sloot een witte loper in die zonder de geringste compensatie verloren ging. Na verdere stukkenruil bleef er een gewonnen eindspel over waarin Imre als enige nog een stuk had, en dat zij geruisloos won. (1)

Bord 10:

Ad Braam probeerde galant te spelen tegen zijn tegenspeelster, maar kon toch zijn “hebzucht” niet bedwingen en verschalkte zodoende een stuk van zijn tegenspeelster. Omdat er echter nog zoveel materiaal op het bord stond (niet alleen aan stukken, maar ook aan pionnen.), duurde het nog geruime tijd voordat het punt bijgeschreven kon worden.

Uiteindelijk werd het resultaat 9½ - ½

Rest mij nog te vermelden dat tussen de bedrijven door de inwendige mens goed voorzien werd van de nodige versnaperingen, die ter plekke geserveerd werden. Al met al was het een geslaagde avond en hopelijk kunnen we van deze vriendschappelijke wedstrijden (zowel tegen Velp als tegen Elst) een traditie maken!

Tom Brans