(door Anthony Migchels)

Zaterdag was het hoogtepunt van een bewogen weekje. Woensdag werd ik 33 en in de drie daarop volgende dagen werden drie Toren teams kampioen! Donderdag het derde, na een bloedstollende match in Ede, vrijdag het tweede, nadat UVS het niet redde tegen de Variant en zaterdag dan het eerste. Alle drie een ronde voor het eind al zeker. Zoiets kan slechts zelden vertoond zijn binnen schakend Nederland.

De energie en dadendrang die van onze vereniging afstraalt is werkelijk ongelofelijk. Behalve al deze kampioenschappen hebben we bij de jeugd vier van de vijf OSBO kampioenen geleverd. En dan was er 2 januari nog het Bieze toernooi, wat zonder meer de grootste schaakhappening in Arnhem en de omgeving van de laatste tien jaar is geweest. Het aantal bezoekers per dag op de site is verdubbeld afgelopen jaar. Het is ook niet verwonderlijk dat mensen graag op de hoogte blijven, want er gebeurt in ieder geval wel wat bij ons!

Als voorzitter zijn alle kampioenschappen me even lief, maar ik ben natuurlijk ook lid van het eerste en in die hoedanigheid zullen jullie me niet kwalijk nemen dat ik ons kampioenschap toch wel heel speciaal vind. De afgelopen jaren hebben we er een paar keer dicht bij gezeten, maar we misten net de finishing touch. Lullige nederlagen tegen zwakkere broeders gooiden keer op keer roet in het eten. Daar was dit jaar geen sprake van. We hadden een beetje moeite om op gang te komen, maar na een paar rondes begonnen er flinke uitslagen te vallen en dat ritme hebben we het hele jaar vast weten te houden.

De match!
Zaterdag moest het nog even gebeuren tegen ASV 3. Natuurlijk begonnen we als favoriet aan de match, maar de afgelopen jaren heeft ASV 3 zich nooit zonder slag of stoot op laten rollen. Daar zijn ze veel te taai en geroutineerd voor. We hebben de laatste jaren dan ook de nodige punten aan ze af moeten staan. Met dat gegeven in gedachten en de wetenschap dat vooruit kijken naar het kampioenschap als je er nog niet bent, behalve erg verleidelijk, vooral erg dwaas is, zag ik match met enige spanning tegemoet.

Maar gelukkig stonden we op scherp en eerlijk gezegd kwam de overwinning nooit in gevaar. Na een uurtje spelen zag het er ok uit.
Thomas kwam al snel remise overeen met Edgar van Seben. Met zwart speelde hij een Nimzo en wit pakte dit erg droog aan, waardoor er niet veel leven in de partij kwam. Pas na ruim drie uur spelen kwam de volgende uitslag: ik won van Barth Plomp. Hij speelde een variant van het Spaans waar ik weinig van wist, maar ik vond een solide plan. Dit was ongetwijfeld niet direct levensbedreigend voor zwart, maar na een paar kleine onnauwkeurigheidjes kwam ik beter te staan en hoewel zwart hier en daar nog wel wat kansen had, wist ik zonder al te veel verdere problemen de buit binnen te slepen.
Bobby speelde een goede partij tegen Cees Sep. Deze speelde de Scheveninger niet optimaal, waardoor Bob zijn damevleugel makkelijker dan normaal kon ontwikkelen. Dit leidde tot een spannende strijd op de damevleugel, die Bob prima aangepakte. Het leek even of wit op een gegeven ogenblik wat kansen had, maar later in de analyse bleek het toch voor elkaar voor de zwarten. Hij won een pion en het resterende eindspel was weer ‘ns een kolfje naar zijn hand. Solide punt voor Bob, die nu de niet kinderachtige score van 6,5 uit 7 op z’n conto heeft staan.

Mathieu had het moeilijk tegen Anne Paul Taal. Taal is een zeer ervaren speler die er altijd goed bij zit en een vervelend wapen met wit heeft. Hij speelt de Colle, op zich een slappe opening, maar als je met zwart de juiste methode niet kent, is het erg vervelend spelen. Mathieu kwam er niet goed uit en werd, ondanks taai verzet, langzaam maar zeker weggeschoven. Hij weet nu ook weer wat verliezen is, na 6 uit 6 (!!) in het tweede te hebben gescoord en met twee eerdere overwinningen in het eerste.
Rein kwam in een Sveshnikov terecht tegen Maduro. Deze speelde de variant met Le7, waarna een iets meer positionele strijd dan in de normale Sveshnikov ontstaat. Ik dacht dat hij op een gegeven moment wel wat voordeel had, maar in die opening weet je het gewoon nooit en uiteindelijk stonden de zwarte stukken en pionnen toch weer goed, waarna hij maar een remiseaanbod aannam. Rein heeft ook goed gescoord dit jaar: ongeslagen tot nu toe en vier overwinningen.

Hiermee stond het 3-2 voor de goeien bij de tijdcontrole. Daarmee was alles overigens nog niet helemaal duidelijk.
Bij Sebas was een spannende partij gaande. Hij speelde tegen Gerben Hendriks, ook een geroutineerde speler en zeker een flinke uitdaging voor onze man. Hij werd flink aangepakt in een Pirc. Hij stond wat passief, hoewel zeker niet echt slecht. Hendriks blunderde echter opeens een pion weg, waarna Sebas er helemaal uitkwam. Daarna ontstond een open handgemeen dat uiterst ingewikkeld was, maar wat door Sebas competent werd aangepakt. Na allerlei verwikkelingen in tijdnood kwam hij er beter uit: een extra pion. Hendriks bood echter remise aan en aangezien alles nog niet duidelijk was en deze remise gezien de stand in de match ok was, nam Sebas het na enig wachten aan. Hij wilde natuurlijk doorspelen, als rasechte Torenfundamentalist en deze opoffering van zijn kant staat genoteerd….

Tja, en dan waren Jeroen en Bram nog bezig. Jeroen haalde eens een Morra uit de kast tegen de Siciliaan van Erica Belle. Eerlijk is eerlijk: deze dubieuze, maar oncomfortabele opening pakte zij uitstekend aan en hoewel ze nauwkeurig moest spelen, kwam het witte spel nooit van de grond. Op een gegeven ogenblik stond Jeroen twee pionnen achter en stond werkelijk alles bij wit totaal verkeerd. De zwarte stukken kwamen lekker binnenzeilen. Maar op zijn onnavolgbare manier wist Jeroen toch nog te liquideren naar een toreneindspel met weliswaar twee pionnen minder, maar een actieve Toren en een betere Koning. Dit hield hij probleemloos remise en dat is toch een sterk staaltje wat hij zeker niet voor het eerst flikt. Dit was niet zijn jaar, maar met 50% heeft hij de schade beperkt gehouden en volgend seizoen is hij gewoon weer één van de kanonnen.

En dan moest Bram het nog afmaken tegen de Mr. ASV, Ruud Wille. Deze speelde het Siciliaans weer eens gesloten en het leek alsof hij goed uit de opening kwam. De zwarte stelling maakte op mij een beetje een gammele indruk, maar Bram wist alles onder controle te houden. Ruud offerde een stuk voor wat pionnen en wat aanval, maar dit kwam nooit echt los en Bram nam uiteindelijk het initiatief over. Toen Erica het echter voor gezien hield tegen Jeroen, nam Bram ook maar remise, om zo de match en het kampioenschap veilig te stellen.
Bram is als een beest tekeer gegaan op bord vier: 6½ uit 8 is nogal wat!
Een echte match, 4½-3½, na de flinke uitslagen van de voorgaande rondes.


What’s next?
Tja, wat valt er dan nog te zeggen? Post luctationem omne animal triste. Na het klaarkomen zijn alle dieren triest en zo is het nu voor mij ook. De bevrijding die samenvalt met een verwezenlijkt doel is op de één of andere manier altijd een bitterzoet genoegen.

Ik kan me nog herinneren, dat toen De Toren 1 promoveerde naar de tweede klasse onderbond, een jaar of tien geleden, dat we dachten dat het echte schaken daar begon. Toen we even later door gingen naar de eerste klasse, toen zou het daar echt beginnen en toen de promotieklasse kwam wisten we zeker dat we nu ècht gingen schaken.

De sfeer is nu anders: iedereen ziet met vertrouwen de landelijke competitie tegemoet. We hebben in de promotieklasse dit jaar enorm huisgehouden: we staan drie punten los en we hebben een paar vette uitslagen neergezet. Iedereen in het team kan nog een stapje maken. De ‘oudjes’ (is 33 echt zo oud?) hebben het achterste van hun tong nog niet laten zien en Bobby en Jeroen gaan zeker nog stappen zetten.
Bram en Sebas zijn nog maar net begonnen. Die jongens blaken van ambitie en zelfvertrouwen en ze maken het waar ook. Ik ben ook heel blij voor Sebas: hij heeft het dit jaar goed opgepakt. Het was geen makkelijk begin en de laatste jaren leek hij een beetje te kwakkelen maar nu gaat hij een enorme sloot punten verdienen en hij rammelt aan de poorten van de lokale elite.

Voor De Toren is het heel goed dat we landelijk gaan. In de landelijke rangen standen te staan is goed voor de uitstraling van de club en laten we eerlijk zijn: we verdienen dit. Het is loon naar werken. Al die mensen die al zoveel jaren met hart en ziel bezig zijn kunnen dit op hun conto schrijven.

Dit bijzondere seizoen is geen momentopname maar het resultaat van jarenlang samenwerken met z’n allen. Iedereen binnen de vereniging heeft hieraan z’n steentje bijgedragen en daarom is het prachtig dat ook iedereen een graantje meepikt van de litanie van successen dit jaar.

Het is dan ook niet meer dan terecht dat we onze naam en faam in de komende jaren ook nationaal gaan vestigen!



Anthony Migchels